Hij worstelde met de zin van het leven, raakte God kwijt en kwam in een diepe depressie terecht. Tot overmaat van ramp werd Sem als tiener geconfronteerd met een ingrijpende diagnose: hij zou vrijwel blind worden. Een onverwachte ontmoeting met de historische werkelijkheid van Jezus Christus bracht hem op een weg die zijn leven compleet veranderde.
Sem groeit op in een gereformeerd-vrijgemaakt gezin. Iedere zondag gaat hij naar de kerk en van jongs af aan hoort hij de verhalen uit de Bijbel. Toch zit hij met vragen waar hij maar moeilijk antwoord op krijgt.
Als klein jongetje vraagt hij zich al af: als God bestaat, waarom is er dan zoveel kwaad in de wereld? Waarom leven we eigenlijk? En wat gebeurt er wanneer we sterven?
Hij besluit op een dag zelfs om zijn geloof op de proef te stellen. Jezus had immers gezegd dat geloof als een mosterdzaadje bergen kan verzetten. Sem bidt daarom heel serieus om iets wat voor een kind heel belangrijk is: de nieuwste Lego-doos.
Hij gaat op zijn knieën en vraagt God erom. Maar de volgende ochtend ligt er geen nieuwe Lego-doos.
Het lijkt misschien een kinderlijk voorval, maar voor Sem wordt het een aanleiding om verder na te denken. Wanneer hij vervolgens ontdekt dat Sinterklaas ook niet echt bestaat, begint hij zich af te vragen of de volwassenen hem misschien nog wel meer dingen vertellen die niet waar zijn.
Hij wil niet geloven omdat iets mooi klinkt. Hij wil weten of het waar is.
Een zoektocht die steeds donkerder wordt
Zijn vragen verdwijnen niet. Integendeel, ze worden steeds groter. Ook op de jeugdvereniging stelt hij moeilijke vragen over het geloof. De antwoorden die hij krijgt, overtuigen hem niet. Hij hoort dat geloven nu eenmaal betekent dat je sommige dingen niet zeker kunt weten, maar daar neemt hij geen genoegen mee.
Uiteindelijk besluit hij dat het christelijk geloof niet waar kan zijn. Hij stopt met geloven en raakt steeds verder verwijderd van de kerk.
Maar daarmee verdwijnen zijn vragen niet.
Integendeel. Sem begint steeds vaker na te denken over de zin van het bestaan. Waarom zou je eigenlijk leven? Waarom zou het beter zijn om te leven dan om te sterven?
Hij raakt depressief en komt in een diep dal terecht. Dingen die voor andere jongeren vanzelfsprekend zijn, interesseren hem nauwelijks meer. Hij bezoekt psychologen, maar blijft met dezelfde fundamentele vraag zitten: waarom zou het leven eigenlijk de moeite waard zijn?
Op een gegeven moment wordt het zo donker dat hij besluit een einde aan zijn leven te maken. Hij stapt op zijn fiets en gaat op weg naar de plek waar hij dat wil doen.
Maar onderweg gebeurt er iets waardoor hij terugkeert.
Er komen twee gedachten bij hem op. Allereerst weet hij niet zeker of er leven na de dood bestaat. En wat als dat wel zo is? Wat als hij zijn ouders na zijn dood zou ontmoeten, bij zijn eigen begrafenis? Die gedachte vindt hij ondraaglijk.
Hij fietst terug naar huis. De liefde van zijn ouders, die hem ondanks alles blijven steunen, is in die moeilijke periode van onschatbare waarde.
Wanneer ook zijn gezichtsvermogen verdwijnt
Alsof zijn worsteling nog niet zwaar genoeg is, krijgt Sem op zestienjarige leeftijd een schokkende boodschap.
Hij merkt dat hij zijn moeder niet meer goed kan zien. Wanneer hij haar aankijkt, kan hij haar gezicht niet meer onderscheiden zoals voorheen. Er volgen onderzoeken bij de oogarts en uiteindelijk wordt duidelijk dat hij lijdt aan een vorm van opticusatrofie: een aandoening waarbij de oogzenuw beschadigd raakt.
Zijn gezichtsvermogen gaat sterk achteruit. Uiteindelijk houdt hij minder dan één procent zicht over.
Voor iemand die graag schildert en veel achter zijn computer zit, is dat een enorme verandering. De wereld die hij gewend was, ziet er plotseling heel anders uit.
Hij gaat naar Bartiméus, waar mensen met een visuele beperking onderwijs en begeleiding krijgen.
En juist daar gebeurt iets wat zijn verdere leven zal veranderen.
Eén opmerking zet een nieuwe zoektocht in gang
Op zijn nieuwe school krijgt Sem geschiedenisles. Tijdens een les vertelt een docent iets wat hem verbaast.
Het bestaan van Jezus is historisch goed onderbouwd.
Sem vindt dat een opmerkelijke uitspraak. Hij had het christendom immers allang afgeschreven als een sprookje. Hoe kan Jezus dan een historisch persoon zijn?
Hij besluit het zelf uit te zoeken.
Jezus is er werkelijk geweest, de implicaties zijn enorm
Met behulp van speciale software, die teksten op zijn computer kan voorlezen, gaat hij op onderzoek uit. Hij leest boeken, bekijkt argumenten en verdiept zich in de historische en filosofische vragen rondom het christendom.
Maar hij beperkt zich niet tot christelijke schrijvers. Juist omdat hij de waarheid wil ontdekken, leest hij ook atheïstische denkers, onder wie Richard Dawkins en Sam Harris.
Hij wil beide kanten horen.
Langzaam begint zijn eerdere overtuiging te wankelen. Hij ontdekt dat er serieuze argumenten bestaan voor het christelijk geloof. Argumenten die hij nooit eerder werkelijk had onderzocht.
Twee onderwerpen maken bijzonder veel indruk op hem. Het eerste is de vraag naar het ontstaan van het universum. Als het heelal een begin heeft gehad, wat is dan de uiteindelijke oorzaak daarvan? Sem raakt geïnteresseerd in het kosmologische godsargument: de gedachte dat het bestaan van het universum uiteindelijk vraagt om een oorzaak die zelf niet afhankelijk is van materie en tijd.
Het tweede onderwerp is de opstanding van Jezus.
Als er een Schepper bestaat die het universum tot bestaan heeft gebracht, waarom zou een wonder dan onmogelijk zijn? Waarom zou de dood voor Hem het laatste woord hebben?
Sem begint in te zien dat het christelijk geloof niet zomaar een verhaal is om mensen een goed gevoel te geven. Het verdient het om serieus onderzocht te worden.
Jezus blijkt veel persoonlijker dan hij dacht
Zijn zoektocht brengt hem uiteindelijk bij het Nieuwe Testament.
Daar ontdekt hij niet alleen argumenten over God en de opstanding, maar vooral de persoon van Jezus Christus.
Jezus is voor hem niet langer zomaar een religieuze figuur of een heilige man uit een oud verhaal. Hij leert Hem kennen als iemand die mensen persoonlijk opzoekt, met hen optrekt en zelfs na Zijn opstanding met Zijn discipelen eet.
Dat raakt hem diep.
Sem komt tot de overtuiging dat Jezus werkelijk uit de dood is opgestaan en dat Hij ook voor hem persoonlijk is gestorven.
Wat ooit voor hem een sprookje leek, wordt nu de belangrijkste werkelijkheid in zijn leven.
Hij ontdekt dat het christelijk geloof niet alleen gaat over het bestaan van God, maar over een levende relatie met Jezus Christus.
Een doop in het koude IJsselmeer
Er groeit bij Sem een verlangen om zich te laten dopen.
Tijdens een wandeling bij Urk ontmoet hij een oudere man, een enthousiaste christen. Ze raken met elkaar in gesprek over het geloof en over de doop.
Dan stelt Sem een bijzondere vraag: waarom zouden ze niet meteen daar gaan dopen?
De man stemt toe.
Samen lopen ze naar het strand. Sem trekt zijn kleding uit en stapt in zijn onderbroek het koude IJsselmeer in. Daar wordt hij gedoopt in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.
Een bijzonder moment. De jongen die ooit zo ver van God verwijderd raakte, kiest er nu bewust voor om Jezus te volgen.
Niet alles wordt gemakkelijk, maar zijn leven heeft een nieuwe richting
Zijn gezichtsvermogen is niet teruggekeerd. Ook zijn vragen over het lijden en het kwaad in de wereld zijn niet allemaal verdwenen.
Sem vindt het bijvoorbeeld moeilijk om te begrijpen waarom mensen, en zeker kinderen, zoveel moeten meemaken. Hij gelooft niet dat God het kwaad wil, maar wel dat God zelfs moeilijke omstandigheden kan gebruiken om iets goeds voort te brengen.
Hij kijkt daarbij ook naar zijn eigen leven. Zonder zijn visuele beperking was hij misschien nooit op de school van Bartiméus terechtgekomen. En zonder die school had hij mogelijk nooit de geschiedenisdocent ontmoet die hem aan het denken zette over Jezus.
Wat eerst alleen maar als verlies voelde, heeft uiteindelijk ook een onverwachte wending in zijn leven teweeggebracht.
Sem studeert inmiddels aan een christelijke hogeschool in Ede en heeft een groot verlangen om anderen over Jezus te vertellen.
Hij zegt het heel duidelijk: als hij heeft ontdekt dat Jezus werkelijk is opgestaan, dan moet iedereen dat weten.




















