Home weblog jezus het is waar of het is niet waar

het is waar of het is niet waar

0
6

Er bestaat een merkwaardige gewoonte om het evangelie van Jezus te behandelen als een mooi verhaal. Een inspirerende mythe, een morele leidraad, een cultureel erfgoed dat we koesteren zonder ons er al te veel zorgen over te maken of het ook werkelijk gebeurd is. Jezus wordt dan een soort wijze leraar naast Boeddha en Socrates: waardevol om van te leren, maar niet iets waar je je leven op zou bouwen. Deze houding voelt vriendelijk en verdraagzaam aan. Maar ze doet iets vreemds: ze probeert een middenweg te vinden waar geen middenweg bestaat.

Het evangelie beweert namelijk geen vage spirituele waarheid. Het beweert iets heel concreets: dat een man uit Nazareth is gestorven aan een kruis, in een graf is gelegd, en drie dagen later levend uit dat graf is gekomen. Dat is geen metafoor. Dat is een claim over de geschiedenis, net zo controleerbaar in principe als de vraag of Hitler in 1940 Nederland is binnengevallen. Claims over de geschiedenis zijn óf waar, óf niet waar. Ze kunnen niet “een beetje waar” zijn.

Waarom er geen tussenweg is

Stel dat de opstanding niet heeft plaatsgevonden. Dan is het christendom, hoe mooi de verhalen ook zijn, gebouwd op een leugen of een vergissing. Paulus zag dit zelf al scherp: als Christus niet is opgewekt, dan is de verkondiging zinloos en is het geloof zinloos. Sterker nog, dan verdienen de eerste getuigen geen bewondering maar medelijden, want ze hebben hun hele leven, en in veel gevallen hun dood, gegeven voor iets dat niet waar was.

Stel daarentegen dat het wél is gebeurd. Dan is er geen ruimte meer om Jezus vriendelijk weg te zetten als een goede zedenmeester. Iemand die uit de dood opstaat, spreekt met een ander soort gezag. Dan gaat het niet meer om smaak of persoonlijke spiritualiteit, maar om een aanspraak op je hele bestaan.

Dit is precies waarom de “een beetje waar”-positie niet standhoudt. Ze probeert de troost van het verhaal te behouden zonder de consequenties van de waarheid te dragen. Maar het evangelie zelf laat die uitweg niet toe. Jezus zei niet: “Ik wijs een pad naar waarheid.” Hij zei: “Ik ben de weg, de waarheid en het leven.” Dat is geen uitspraak die je half kunt aanvaarden. Of hij had gelijk, of hij was, zoals C.S. Lewis het treffend samenvatte, een gek of een bedrieger. Een groot moreel leraar zijn was geen optie die hij zelf openliet.

zie ook: er zijn wat Jezus betreft slechts 3 mogelijkheden

De ongemakkelijke eerlijkheid van het evangelie

Wat opvalt aan de evangeliën is dat ze zelf geen ruimte laten voor vrijblijvendheid. De discipelen worden niet afgeschilderd als slimme mythemakers, maar als angstige, twijfelende mensen die aanvankelijk niet geloofden wat ze zagen. Thomas moest de wonden voelen. De vrouwen bij het graf werden eerst niet geloofd. Dit zijn geen details die je verzint als je een overtuigend sprookje wilt schrijven. Ze zijn te ongemakkelijk, te menselijk, te weinig heldhaftig. Ze wijzen eerder op mensen die worstelden met iets dat werkelijk gebeurde, dan op schrijvers die een boodschap wilden verkopen.

Dat betekent niet dat geloof zonder twijfel bestaat, of dat iedereen die vraagt tekenen van zwak geloof toont. Twijfel hoort bij het zoeken naar waarheid. Maar de vraag zelf mag niet worden ontweken door het antwoord vaag te houden. Als het waar is dat Jezus is opgestaan, verandert dat alles: dan heeft de dood niet het laatste woord, en is er een God die zich heeft laten kennen. Als het niet waar is, moet je eerlijk zijn en het verwerpen, in plaats van er de mooie stukjes uit te bewaren.

Het evangelie vraagt om een antwoord: het is waar, of het is niet waar.

zie ook: de uitspraken van Jezus maken alles duidelijk
zie ook: Jezus, meer dan een timmerman

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in