Ik verzoek u met mij te letten op het evangelie naar Lucas, hoofdstuk 14 : 2528: “Vele scharen reisden met Hem mee, en Zich omkerende zei Hij tot hen: Indien iemand tot Mij komt en niet haat zijn vader en moeder en vrouw en kinderen en broers en zusters, ja zelfs zijn eigen leven, die kan mijn discipel niet zijn.
Wie niet zijn kruis draagt en achter Mij komt, kan mijn discipel niet zijn. Want wie van u, die een toren wil bouwen, zet zich niet eerst neer om de kosten te berekenen, of hij het werk zal kunnen volbrengen?”
Laat ons nu het evangelie naar Mattheüs opslaan, hoofdstuk. 16, vers 24. Deze woorden: “Toen zei Jezus tot zijn discipelen: Indien iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis op en voIge Mij.”
Jezus schreef ons drie dingen voor: Wie met Mij door het leven wil gaan, moet zichzelf vergeten en zijn kruis op zich nemen en Mij zo volgen.
In het boek De eeuw van verlangen wordt verteld van een Amerikaans meisje, getrouwd met een radicale revolutionair in Parijs. Zij had aan een Amerikaanse universiteit haar geloof verloren zij was alle godsdienstig geloof en alles wat haar ouders haar hadden bijgebracht kwijt, en was naar Parijs gegaan daar had zij de revolutionaire jongeman ontmoet, een radicaal. Iemand vroeg haar waarom zij met hem getrouwd was. Haar antwoord luidde: “Hij is de eerste mens die ik ooit ontmoet heb, die voor zijn overtuiging zou willen sterven. En hoewel ik zijn opvattingen niet precies deel, voelde ik mij aangetrokken tot deze man, die streed voor zijn goede zaak.”
Ik merk dat jonge mensen in onze tijd op zoek zijn naar een goede zaak, een levensdoel, en dat zij niet uit zijn op iets gemakkelijks. Enige tijd geleden was een van mijn collega’s in Moskou, en daar zei een student tegen hem: “U beweert als christenen dat u de wereld zult winnen, maar wij hebben in vijftig jaar meer bereikt dan u in tweeduizend jaar. En weet u waarom? Omdat u zich niet onvoorwaardelijk aan uw zaak bindt. Dat doen wij wel. Wij zullen het winnen; u zult het zien.”
Ik heb een brief die een jonge radicaal, een radicale student, aan zijn meisje heeft geschreven. Deze brief heb ik ter beschikking gekregen. Wilt u horen wat erin staat? Hij schreef dit: “Wij radicalen tellen veel slachtoffers. Wij worden doodgeschoten en opgehangen, met teer besmeerd in veren gerold, gevangengenomen en belasterd, belachelijk gemaakt en van onze baan beroofd, en op alle denkbare manieren zo veel mogelijk lastig gevallen. Een zeker aantal van ons overleeft het niet. Wij radicalen hebben geen tijd om naar films of concerten te gaan. Men heeft ons uitgescholden voor fanatici, en dat zijn wij ook. Ons leven wordt overheerst door één factor die alles in de schaduw stelt: de strijd voor de revolutie. Wij radicalen hebben een levensfilosofie die voor geen geld ter wereld te koop is. Wij hebben een zaak waarvoor wij vechten, een vast doel in ons leven, en wij maken onze onbeduidende persoonlijke belangen ondergeschikt aan een grote beweging voor de mensheid. En als ons leven in de persoonlijke sfeer hard is, of ons ik blijkt te lijden te hebben van de onderschikking aan de gemeenschappelijke zaak, dan wordt dit meer dan voldoende vergoed door de gedachte, dat ieder van ons op zijn beperkte wijze bijdraagt tot het ontstaan van een betere wereld. Er is één ding dat mij bloedige ernst is, en dat is het radicalisme. Het is mijn leven, mijn werk, mijn religie, mijn hobby, mijn geliefde, mijn vrouw, mijn geheim, mijn brood en mijn vlees. Overdag werk ik hiervoor en ’s nachts droom ik ervan. In de loop van de tijd heeft het mij nog meer en niets minder in zijn greep gekregen. Vandaar (zo schreef hij verder aan zijn meisje) dat ik geen vriendschap, geen liefdesverhouding, en zelfs geen gesprek kan gaande houden zonder daarbij deze kracht te betrekken, die mijn leven drijft en stuurt. Ik beoordeel mensen, boeken, ideeën, acties naar hun uitwerking voor de zaak van het radicalisme en naar hun houding daartegenover. Ik heb al om mijn ideeën in de gevangenis gezeten, en als het moet ben ik bereid voor het vuurpeloton te staan.”
Ik noem deze voorbeelden met opzet, omdat deze taal zeer veel lijkt op die van de oud-christelijke schrijvers. Van een dergelijke toewijding aan Christus gaf tweeduizend jaar geleden een aantal jonge mensen blijk, toen zij erop uit gingen om de wereld te veranderen door liefde in plaats van door haat jonge mensen die hun leven hadden verbonden aan een Persoon, die Jezus heette en van wie zij geloofden dat Hij uit de dood was opgewekt, en zij waren bereid voor zijn zaak te sterven.
Wij zijn hier of daar de betekenis van het discipelschap kwijtgeraakt. Wij weten niet meer wat het werkelijk inhoudt Jezus Christus te volgen. En ik meen, dat wat wij tegenwoordig op de terreinen van universiteiten en colleges zien gebeuren, ons iets zal leren van wat toewijding is en van wat kleine minderheden kunnen bereiken als zij zich geheel aan een zaak wijden. Wanneer u de bijbel opslaat, het Oude of het Nieuwe Testament, zult u daar vinden dat God in onze verhouding tot Jezus Christus van ons niets minder vergt dan dat. Raadpleeg het Oude Testament en zie wat God van Abraham verlangde. God stelde Abraham op de proef en zei tegen hem: “Abraham … Neem toch uw zoon, uw enige, die ge liefhebt, en ga naar het land Moria, en offer hem daar tot een brandoffer op één van de bergen, die Ik u noemen zal.” Abraham gehoorzaamde God. ’s Morgens vroeg zadelde hij zijn ezel, en hij nam zijn zoon Izak mee. De derde dag bouwde hij op de plaats die God hem genoemd had een altaar, waarop hij hout legde en zijn zoon vastbond. Daarop strekte Abraham zijn hand uit, en hij nam het mes om zijn zoon te slachten. Hij was gehoorzaam tot het einde en vertrouwde zijn enige jongen, op wie hij zo lang had moeten wachten en die hij meer dan iets ter wereld liefhad, aan God toe. En ineens hoorde hij: “Abraham, Abraham!” Gods afgezant, de Engel van de Heer, zei: “Het is genoeg. Strek uw hand niet uit naar de jongen en doe hem niets, want nu weet Ik dat ge godvrezend zijt, en uw zoon, uw enige, Mij niet hebt onthouden.
Of neem Mozes. Mozes was de pleegzoon van de dochter van de farao. Hij was misschien de troonopvolger in Egypte. Hij zou mogelijk keizer zijn geworden van het grootste wereldlijk uit zijn dagen. Hij bezat alle rijkdommen en alle eer en alle macht die een mens bezitten kon, maar hij keerde het alles de rug toe en wilde liever met Gods volk slecht behandeld worden. God eiste van Mozes dat hij alles opgaf om Hem te dienen, en God liet hem ver de woestijn ingaan om daar de wil van God te overdenken, en te bidden, en innerlijke ontwikkeling te verwerven en te leren.
Of neem jozef. jozef had zich de haat van zijn broers op de hals gehaald en werd verkocht hij werd als slaaf naar Egypte gebracht, waar hij in huis kwam bij de hoveling Potifar. Daar kreeg hij de kans het op een akkoordje te gooien met de wil van God. Geen mens zou het ooit hebben geweten, maar God wel. De vrouw van zijn heer was heel mooi, verleidelijk en vol sexappeal. Tegen jozef, die ook knap van uiterlijk was, zei ze: “Kom bij mij liggen.” jozef was nog jong, een tiener, en honderden kilometers van huis. Niemand had hiervan ooit iets behoeven te weten. Hij wist dat hij door de gunst van de vrouw van Potifar promotie kon maken in het land, het Egyptische rijk, maar hij weigerde. Op zekere dag greep zij hem, maar hij vluchtte van haar weg en liep naar buiten, met achterlating van zijn kleed. Doordat de vrouw hem vals beschuldigde, raakte hij in de gevangenis en liep zijn leven gevaar. God stelde de jonge man op de proef om te laten zien of hij het echt meende, toen hij dat kwaad niet wilde doen omdat het zonde tegen God was.
Of denk aan Daniël. Er was in Babel een verbod vastgesteld, dat dertig dagen lang geen verzoek gericht mocht worden tot enige god of mens, behalve tot koning Darius. Het bevelschrift was onherroepelijk, een wet van Meden en Perzen, en bepaalde dat iedere overtreder in de leeuwenkuil geworpen zou worden. Dus mocht ook Daniël niet meer bidden, zoals hij driemaal daags deed in zijn bovenvertrek, waar hij open vensters had aan de kant van jeruzalem. Maar evenals tevoren knielde hij daar driemaal per dag neer en hij loofde en smeekte God zoals hij placht te doen. Men hoorde het en klaagde hem aan, en al was hij minister, een van de rijksgroten, hij ging de leeuwenkuil in en wist niet dat God de muil van de leeuwen had toegesloten. God deed een beroep op hem of hij de hoogste prijs wilde betalen, en hij was daartoe bereid.
De apostel Paulus, die de boodschap van Christus verbreidde in de vroegchristelijke tijd, schrijft in 2 Corinthiërs 11: “Vijfmaal kreeg ik van de joden de negenendertig slagen, driemaal heb ik een dracht stokslagen gekregen, eenmaal ben ik gestenigd. Driemaal heb ik schipbreuk geleden, een dag en een nacht heb ik doorgebracht in volle zee. Ik ben altijd onderweg geweest en altijd in gevaar; gevaar van rivieren, gevaar van rovers, gevaar van landgenoten en van vreemdelingen, gevaar in de stad en op het land, gevaar op zee, gevaar van zogenaamde vrienden. Ik heb gesloofd en gejakkerd, ik kwam vaak aan slapen niet toe; vaak had ik honger en dorst en niets te eten; vaak moest ik met te weinig kleren door de kou.” Zó bracht hij de goede tijding. Dat heeft het hem gekost.
En thans zegt Jezus tegen ons: Neem uw kruis op, verloochen uzelf, volg Mij, en wij kunnen de wereld veranderen. Hij is ons voorgegaan. ja, Hij was rijk, maar Hij is voor ons arm geworden, opdat wij door zijn armoede rijk zouden worden. Wij hebben het graag behaaglijk, maar Jezus zei: “De vossen hebben hun holen en de vogels hun nesten, maar de Mens heeft geen eigen plek waar Hij zijn hoofd kan neerleggen.” Wij willen graag welkom zijn, maar Hij was veracht en van mensen verlaten. Wij trachten aan het lijden te ontkomen, maar om onze overtredingen werd Hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld. Wij zetten ons eigen ik in het middelpunt, maar Hij zei: Ik leg mijn leven af voor anderen. Hij plaatste anderen in het midden. Op deze wijze heeft Christus geleerd en heeft Hij geleefd; Hij verlangt dat zelfde, en niets minder, van ons.
Jezus zei ook tegen al zijn volgelingen: Wie met Mij door het leven wil gaan, moet zichzelf vergeten en zijn kruis op zich nemen en Mij zo volgen. Bent u bereid dat te doen, vanavond, als het toch alles voor uw leven betekent? Hij stelt de voorwaarde, en maar weinigen van onze tijdgenoten hebben zo’n prijs ervoor over.
Als u het Nieuwe Testament leest, ziet u dat de woorden die erin staan over het christenzijn, geen naamwoorden zijn maar werkwoorden. De woorden “strijden”, lijden”, “werken” dát zijn de woorden die de christelijke kerk tot het discipelschap hebben gebracht een leven van tucht onder de heerschappij van Christus.
Een christen wordt in het Nieuwe Testament zelfs beschreven als een soldaat die heel wat moet doorstaan. “Lijd met de anderen als een goed soldaat van Christus,” schreef Paulus aan Timotheüs. Christus vraagt u dienst te nemen in zijn leger. Hij zal u naar een trainingskamp sturen, wellicht naar een bijbelschool of naar een christelijke opleiding, of mogelijk laat Hij u een heel andere kant uit gaan, omdat Hij wil dat u daar leert en zich in de dingen verdiept. God gebruikt enkel mensen die gereed zijn voor de strijd. Het zal hard en ruw toegaan.
De bijbel zegt ook dat wij als atleten zijn. Hier in Madison Square Garden zal maandagavond een wedstrijd om het bokskampioenschap zijn. De bijbel beschrijft ons als zulke kampioenboksers, als atleten die zich oefenen in zelfbeheersing en zelftucht. Ik doe als een bokser die niet in de lucht slaat, ik train mijn lichaam tot het uiterste, om er volledig over te beschikken,” schrijft Paulus. Jezus zei: Neem mijn juk op uw schouders en laat Mij uw meester zijn. Leer van Mij! Wees mijn discipel. Het woord “discipel” wil zeggen: leerling een leerling die de meester erkent.
“Wie met Mij door het leven wil gaan.” Denk eraan dat u een persoonlijke keus moet doen. U kunt niet achter Jezus gaan, met Hem door het leven gaan, voordat u naar Hem toe gegaan bent, en velen van u zijn nooit werkelijk naar Hem toe gegaan. U hebt Hem nooit aangenomen als uw Heer en uw Redder. U wordt in het leven niet gedreven door een goede zaak. De overgrote meerderheid van de jonge mensen in ons land heeft niet gekozen heeft zich tot niets verbonden. En van hen die zich wel aan iets verbonden hebben, krijgen wij te horen! Intussen zijn verreweg de meeste jonge Amerikanen aan niets gebonden. Ik vraag u zich te binden aan de grootste zaak die er is, de goede zaak van Christus.
Als er in China miljoenen jonge mensen kunnen marcheren voor Mao Tsetoeng, moeten wij in staat zijn voor Christus op te trekken. En wanneer zij de uitspraken van Mao in dat rode boekje uit het hoofd willen leren, moesten wij toch zeker bereid zijn de bijbel te onderzoeken en bepaalde woorden uit het hoofd te leren, zodat Gods woord als ’t ware een zwaard in onze hand wordt.
Christus zegt dat wij onszelf verloochenen, onszelf vergeten moeten. En hoe verloochent u zichzelf? Hoe vergeet u zichzelf? Wat betekent dat? Houdt het in dat u zichzelf een milkshake, een flesje Coca-Cola, een drug, sterke drank en ongeoorloofde seks ontzegt? Wat houdt het in? Het wil zeggen dat u zichzelf vergeet, en dat is het tegengestelde van zelfzucht. Het wil zeggen dat de liefde uw leven beheerst. Liefde tot God? “U zult de Heer, uw God, liefhebben uit geheel uw hart en met geheel uw ziel en met geheel uw kracht en met geheel uw verstand, en uw naaste als uzelf.” U vergeet uzelf. God neemt bij u de eerste plaats in, uw medemensen staan bij u op de tweede plaats, en u komt zelf het laatst.
Toch heeft het nog een diepere zin. Het betekent dat u weerstand biedt aan alle verzoekingen die er heden ten dage voor jonge mensen zijn. Geen mens kan Christus volgen en zijn seksuele leven losmaken van het huwelijk. Het betekent dat u zich ook op het gebied van de voeding beperkingen oplegt. U wordt dan matig van eten en drinken, want de bijbel laat zich ondubbelzinnig uit over gulzigheid. Het betekent dat u zich onthoudt van zondige genietingen … genietingen die slecht Zijn. U weet wel dat ze slecht zijn. Het betekent dat u zich niet laat leiden door hoogmoed verstandelijke en religieuze hoogmoed, want beide vormen zijn verkeerd. Er is een zekere vorm van trots op wat men tot stand gebracht heeft, die niet verkeerd behoeft te zijn. Er is een zekere graad van ambitie, die niet behoeft te worden afgekeurd, maar als ambitie de eerzucht is die u naar voren dringt en verheerlijkt, dan is zij verkeerd. Wij hebben hier een tekst uit de bijbel, die ingaat tegen deze begeerte om van jezelf iets te zijn, waardoor je wordt erkend en bewonderd. Het betekent dat u uw medemens die noodlijdend is niet zo maar voorbij kunt lopen zoals de rijke man, die niet naar Lazarus omkeek. Zijn zonde was niet dat hij Lazarus met stenen gooide; hij schopte hem niet in het voorbijgaan; hij negeerde hem alleen. Het wil zeggen dat u een nonconformist wordt, iemand die niet aan alles meedoet. je ziet dat de meeste jongeren van onze tijd zich gelijk kleden, op elkander lijken, op dezelfde manier optreden, en dezelfde lectuur verslinden en je bent bang om anders te zijn dan zij. Zie je de jongens zonder sokken lopen, dan wil je ook geen sokken meer aan. je wilt net zulke kleren, er net zo uitzien, net zo zijn als zij, om maar niet voor een buitenstaander of een spelbreker te worden aangezien. De bijbel roept u daarentegen op iets anders te zijn te voorschijn te komen uit al die massa’s mensen, en verstandelijk en geestelijk anders te zijn dan de massamens. Als anderen zeggen, dat er geen God is of dat God niet ter zake doet, of dat God niet in betrekking staat tot de wereld dan bent u bereid op te staan en te zeggen, dat God er wel toe doet en dat God alles met deze wereld te maken heeft, en dat God het middelpunt van uw leven is.
“Door uw vernieuwde inzichten moet u wel heel andere mensen worden. Neem voor uw houding een voorbeeld aan Christus Jezus.”
Het houdt in, dat Christus uw intellectuele leven en uw denkbeelden beheerst. Uw verstand is immers door de zonde verduisterd, en daarom kunt u niet tot Christus komen met uw verstand alleen. U moet komen door het geloof, en als u dat doet, neemt Hij de leiding over uw geest. “Standvastige zin bewaart Gij in volkomen vrede, omdat men op U vertrouwt,” jesaja 26 : 3.
Wij kunnen volkomen vrede hebben midden in een wereld die vol met spanningen is, als onze gedachten bevestigd zijn, als onze geest op God gericht is en vertrouwt. Dit betekent dat uw gedachtengang nu onder de heerschappij van Christus is geraakt. “Stel uw vertrouwen op de Heer Jezus en u zult gered worden.” “Want indien u met uw mond belijdt dat Jezus Heer is, en met uw hart gelooft dat God Hem uit de doden heeft opgewekt, zult u behouden worden.”
De heerschappij van Christus houdt niet alleen in, dat u vanavond Christus aanneemt als de Redder die u van de zonde verlost, maar als u komt, moet u Hem ook aannemen als uw eigen Heer en Meester. Hij neemt de leiding van uw leven over. Hij beheerst de gang van uw gedachten de dingen die u leest, de dingen waarop u let. Christus heeft daar een stem in, en Hij heeft de beslissende stem; u houdt uw geest onder tucht als u onderzoek naar Hem doet, over Hem leest en Hem beter leert kennen.
En u zult ook in lichamelijk opzicht niet met de grote massa meedoen. Als u Christus aanneemt, wordt uw lichaam namelijk een tempel van de Heilige Geest, en u stelt uzelf beschikbaar als een levend offer, zoals God het graag heeft. Uw handen worden zijn handen. Uw ogen kunnen niet staren naar dingen waarvan Hij een afkeer heeft. Wilt u dat Hij door uw ogen een en ander ziet, waarnaar u op het ogenblik kijkt? Onze ogen, onze voeten, ons gehele lichaam, het moet geheel worden overgegeven aan de heerschappij van Christus.
Wij mogen ook in godsdienstig opzicht niet aan deze wereld gelijkvormig worden. Wij leven niet uit wat de wereld als religieus omschrijft.
De mensen in de tijd van jesaja waren zeer godsdienstig, maar God zei: “Gaat niet voort met huichelachtige offers te brengen gruwelijk reukwerk is het Mij; nieuwe maan en sabbat, het bijeenroepen der samenkomsten Ik verdraag het niet: onrecht met feestelijke vergadering.” Hij zei dus: zelfs uw godsdienstige samenkomsten zijn zonde tegenover Mij geworden. Weg ermee. Zo zien wij dat religieus of zelfs godsdienstig zijn heden ten dage in Amerika een bepaalde betekenis heeft, maar een christen zijn betekent heel iets anders. U zegt: Ik kom uit een christelijk gezin. Ik ben opgegroeid in een christelijk land. Ik leef in een christelijk milieu. Ik onderga christelijke invloeden. Ik ben mijn leven lang naar de kerk gegaan. Nu, dit alles maakt dat ik een christen ben. Nee. dat maakt u niet tot een christen. Dat maakt u niet tot een discipel(in) van Jezus Christus. U moet zich voegen onder Christus’ heerschappij. U moet opnieuw geboren worden. U moet berouw hebben over uw zonde. U moet zich bekeren. U moet een persoonlijke band met Christus hebben, en wanneer u niet in persoonlijke betrekking tot Christus staat, kunt u geen volgeling(e) van Hem zijn. Het betreft hier een dagelijkse beleving. Het is niet maar voor één keer naar voren komen in een campagne als deze. U moet dit elke dag weer beleven. U komt alleen naar voren om een begin te maken.
Nee, wij mogen niet gelijkvormig worden aan deze wereld. Wij horen in onze dagen niet dikwijls preken of spreken over afscheiding van het wereldse leven, maar ik zeg u dat de tijd is aangebroken, dat wij zullen moeten preken en onderrichten over wat de bijbel te zeggen heeft over de wereld en over de noodzaak ons niet te laten besmetten door de wereld. De Heilige Schrift zegt: “Hebt de wereld niet lief en hetgeen in de wereld is.” Het oorspronkelijke woord voor wereld is hier: kosmos, d.w.z. de goddeloze wereld, het stelsel van het kwaad in de wereld. Dat slaat dus niet op de aarde; het slaat niet op de mensen; het slaat op het georganiseerde kwaad. De bijbel noemt de duivel “de overste der wereld”, de vorst van de kosmos, de god van deze kosmos. “Wij weten dat wij kinderen van God zijn, maar de hele goddeloze wereld is in de macht van de duivel. De gehele kosmos “ligt in het boze”, het stelsel van het kwaad in deze wereld, met alles wat dit omvat en waarmee wij ons niet moeten laten besmetten, zoals de bijbel het noemt. “Wees op uw hoede voor de valse goden.”
Ik kan mij te midden van tollenaars en zondaars begeven, en ik kan naar al hun verschillende plaatsen gaan. Jezus is ervan beticht, dat Hij een vraatzuchtig mens en een wijndrinker was en nog meer slechte dingen deed. Hij verscheen aan maaltijden en op feesten, maar Hij maakte nooit gemene zaak met het kwaad dat Hij er aantrof. Hij was te midden van die mensen, maar niet één van die mensen. Wij behoren ook in de wereld, maar niet van de wereld te zijn. Wij zijn burgers van twee werelden. Christus leeft in onze harten, en wij mogen niet medeplichtig zijn aan het kwaad van deze wereld. Jezus zei: “Pas goed op, dat uw hart niet gevoelloos wordt door losbandigheid en dronkenschap of door aardse zorgen, want dan zou die dag u onverhoeds grijpen als een strik!” Welke dag? De dag van het oordeel. De dag waarop Christus wederkomt. Hij heeft gezegd, dat Hij zou komen als een dief in de nacht. Het zal als een bliksemflits zijn, die ons onverwachts kan treffen.
De apostel Petrus schrijft: Ik vermaan u … dat u zich onthoudt van de vleselijke begeerten, die strijd voeren tegen uw ziel,” 1 Petrus 2: 11. Deze vleselijke begeerten, waaraan wij zijn blootgesteld, hebben de oorlog verklaard aan uw ziel, aan uw geest, aan heel uw geestelijk leven en aan uw verhouding tot God. Het is een strijd bij uitstek.
Voordat u Christus hebt aangenomen door het geloof, hebt u een natuur die zichzelf de wet stelt. Wanneer u Christus als uw Verlosser aanneemt, schenkt Hij u een “nieuwe natuur”. De “oude natuur” is er nog, en de “nieuwe natuur” komt nu in uw hart wonen. U geeft deze natuur dan over aan Christus als uw Heer en Meester. Hij heerst zo, dat het ik niet langer op de troon zit. De zonde en uw eigen ik zullen geen heerschappij meer over u voeren. God heerst nu over uw leven, maar in het hart van een christen woedt een voortdurend gevecht. Als u waarlijk in Christus gelooft, zult u de strijd leren kennen. De begeerten van ons vlees, de wereld en de duivel zullen altijd oorlog voeren tegen ons leven als christenen. Het vlees zal begeren tegen de geest en de geest tegen het vlees, en het gevecht houdt niet op. U zult alleen volkomen vrede hebben wanneer u zich, in welk stadium van uw leven u ook bent, geheel verbindt en geheel overgeeft aan Christus. Er zijn al te veel jonge mensen, die met één voet in de wereld willen staan en met één voet in het koninkrijk van God, alsof zij schrijlings op een hek zitten. je bent niet aan de ene en niet aan de andere kant, en je kunt je aan geen van beide kanten op je gemak voelen.
Verklaar u toch nader. Kies de ene kant of de andere. Haal de naam van Christus niet neer door uzelf een christen te noemen en dan te leven als de duivel. U doet daarmee extra veel kwaad, en het is beter dat u de kerk maar verlaat. Noem uzelf geen christen als u er geen bent. In de oude kerk werd de kerkelijke tucht geoefend. Leefde iemand niet naar de regel van het christelijke leven, dan werd hij tenslotte uit de kerk gebannen. Ik verzeker u, dat wij tegenwoordig in Amerika opwekkingssamenkomsten nodig hebben voor een aantal mensen die tot de kerk gerekend worden. Ik ben van mening dat het een grote verbetering zou zijn als wij toegewijde christenen waren, die zichzelf onder tucht hielden, zoals er in de vroegchristelijke kerk waren. Het vereist zelftucht, iedere morgen een uurtje eerder op te staan om uw bijbel te onderzoeken. Het vereist zelftucht, het televisietoestel ‘s avonds een uurtje eerder af te zetten om tijd te kunnen doorbrengen in gebed. Het vraagt de zelftucht van job, die zei: “Het gebod van zijn (Gods) lippen deed ik niet wijken, in mijn binnenste verborg ik de woorden van zijn mond.
De apostel Paulus schrijft: “Maar al die voordelen die ik had (als Israëliet) ben ik door Christus als nadelen gaan zien. ja nog sterker: ik beschouw álles als een nadeel, vergeleken bij het alles overtreffende voorrecht dat ik Christus Jezus, mijn Heer, heb leren kennen. Voor Hem heb ik al het andere opgegeven.” Bij deze woorden moet Paulus gelachen hebben: Ik beschouw het als afval. Als Christus maar Mijn voorrecht mag zijn; als maar blijken mag dat ik bij Hem hoor. Hij wilde dus zeggen dat hij graag alle roem van deze wereld, alle geleerdheid die hij had verworven, al het geld dat hij allicht had kunnen verdienen, wilde missen. Het was niets meer dan afval, vuilnis, als hij het vergeleek met wat hij gevonden had in Jezus Christus.
U hebt straks Tom Skinner horen zeggen: “Het oude gaat voorbij.” De hele wereld wordt nieuw, en Christus beheerst ons leven en Hij beheerst ons denken. De tijd is gekomen om in de kerk nadrukkelijk onderscheid te maken tussen mannen en jongens. Het ogenblik is aangebroken, dat wij de jonge mensen uitnodigen Jezus Christus te volgen, ook al brengt dit lijden mee; want dát betekent het volgen van Christus, en zó duur zal het een christen te staan komen. jaren geleden stond er een merkwaardige advertentie in The New York Times, geplaatst door iemand die naar de noordpool zou gaan ik meen dat het Shackleton was. Hij zette die advertentie omdat hij geen vrijwilligers kon krijgen, en hij kondigde aan: “Het loon is laag, en het zal een zware reis zijn, en het zal grote inspanning vergen, en het kan u het leven kosten!’ Wilt u geloven dat, naar ik meen gelezen te hebben, nog nooit op een advertentie in The New York Times zó veel brieven waren binnengekomen? jonge mensen vragen om een uitdaging. Zij wensen iets, dat zwaar valt en inspanning vergt en dat biedt Jezus u. Hij biedt u geen amusement aan. Hij biedt u lijden aan. Hij biedt u een kruis aan. Hij biedt u de lichamelijke dood aan, maar de beloning die Hij schenkt is onschatbaar eeuwig leven, en hier en nu vrede en vreugde. Hij schenkt u kracht van boven om de mensen die u kent en al uw medemensen lief te hebben. Een nieuwe kracht om de wereld waarin wij leven te hulp te komen, en haar in een betere wereld te veranderen.
Vergeet uzelf en neem uw kruis op. Wat heeft de Heer Jezus met dat kruis op het oog gehad? Het is vrijwillig. U kunt kiezen. U behoeft het niet op te nemen als u niet wilt. Het is niet het kruis als straf op de zonde. Dat heeft Christus alleen kunnen dragen. Het is geen kruis van goud, van ivoor of van zilver. Het is niet het kruis van armoede en ziekte. Het zijn niet de verdrietelijkheden van het leven. Het zijn niet de lasten die u moet torsen. Het kruis van Paulus was niet de doorn die in zijn vlees stak. Neem uw kruis op wat bedoelde Jezus met die woorden? Het kruis was in die tijd een middel om misdadigers terecht te stellen. Het is precies alsof ik hier vanavond zeggen zou: Neem uw elektrische stoel op en volg mij! U zou mij uitlachen. De tijdgenoten van Jezus gaven niet om Hem. Feitelijk hebben de meeste mensen zich van Hem afgewend. Zij volgden Hem niet meer en zeiden: 0, wij wisten niet dat Hij op weg was naar het kruis. Maar een handjevol mensen bleef bij Hem. En wat voor een handjevol! In korte tijd hebben zij de hele wereld veranderd.
Jezus heeft gezegd: als je Mij wilt volgen, zul je ook moeten delen in mijn verworpenzijn. Ja, allen die rechtschapen willen leven als christenen, zullen vervolgd worden.” Wij lezen in Hebreeën 13 : 13, 14: “Welnu, laten wij ons buiten de veilige legerplaats wagen en naar Hem toegaan en ons schandelijk laten behandelen net als Hij. Wij hebben hier tóch geen vaste woonplaats; wij zijn op weg naar de stad van de toekomst!” En ons schandelijk laten behandelen net als Hij “Zijn smaad dragende.” Dat betekent dat u naar huis gaat, naar uw kamer, terug naar uw kennissen en uw club en uw school, en zegt: Mijn Heer Jezus Christus, ik heb met het oude leven afgerekend. Ik wil een nieuw leven beginnen. Draai u dan om en breek met hen die u tot het oude leven willen pressen, en laat u maar schandelijk behandelen; draag de smaad van Jezus, terwijl u niet weet of zij misschien een mes in uw rug zullen steken of u een kogel door het hoofd jagen. Kijk, dát verwacht God van ons allen op onze eigen manier, in onze eigen kring dat wij zullen leven voor Christus, ook als wij daarvoor alleen moeten staan. ’t Is mogelijk dat je op school de enige bent; dat u in de gemeenschap waarin u leeft de enige bent. Evenals Noach in zijn dagen de enige was. Er komt in de bijbel ook een jongeman voor, die bij Jezus kwam en Hem wilde volgen. Maar Christus zei: M’n jonge vriend, hebt u wel berekend wat u dat zal kosten? Hij voegde eraan toe: Het zal u alles kosten wat u bezit. De jonge wetgeleerde zei: Heer, ik wil U wel graag volgen, maar van alles wat ik heb kan ik geen afstand doen. Jezus zei: Dan kunt u Mij ook niet volgen. Hij raakte deze volgeling kwijt. De jonge man draaide zich verschrikt om en ging weg, want hij was heel rijk. En ik zeg u: als u niet geheel en al voor Jezus Christus bent en alles wat u bezit voor Hem over hebt, kunt u niet doorgaan voor een volgeling van Hem. Maar als het uw bedoeling is, als u wilt dat Hij uw leven beheerst, en als u Hem begeert als uw Heer en Heiland, dan vraag ik u Hem deze avond aan te nemen. Wilt u vanavond Christus volgen in een leven van zelftucht, in een leven van gebed, een leven van onderzoek van de bijbel, met een beheerste geest, uw tong in bedwang houdende en de gelegenheid waarnemende? Lenin heeft eens gezegd, dat een communist met verlof als het ware dood is. Winston Churchill heeft gezegd: “Er is zo veel te doen in de wereld en er is zo weinig tijd om het te doen.”
U hebt misschien nog een mensenleven voor u. Wij weten natuurlijk niet hoelang mogelijk een jaar, twee jaar, vijf jaar, tien jaar u kunt er niet op rekenen dat het heel lang zal zijn. Bent u bereid aan Christus te geven wat u hebt? U kunt bij Hem komen zoals u bent, met al uw zonden, al uw zorgen. Kom met al uw bezwaren en zeg: Heer Jezus, ik aanvaard U als mijn Heer en mijn Redder. Ik wil een volgeling van U zijn. Ik wil een echte discipel zijn. Ik vraag u van uw plaats op te staan en hier te komen. Wanneer u Christus nog nooit hebt aangenomen als uw Verlosser of als u zich wellicht een keer aan Hem verbonden hebt, en later bleek dat het niet veel voor u betekende vraag ik u thans te komen.