Home bijbel twee paar ogen

twee paar ogen

0
5

Ik verzoek u het hoofd te buigen in gebed. Laat ieder hoofd gebogen en alle ogen in gebed gesloten zijn. Dat lied, gezongen door Norma Zimmer, is volkomen juist “Geloof alleen.” De vraag leeft in vele harten en in vele hoofden  wat houdt het in, dat een mens gelooft?

Het luistert erg nauw met dit woord. Uw toekomstige, eeuwige bestemming hangt ermee samen of u gelooft of niet, en u bent er niet zeker van wat het woord “geloven” betekent. Als ik u was, zocht ik het op in een woordenboek. Ik zou het woord “geloof” naslaan, omdat de bijbel zegt dat het zonder geloof onmogelijk is God welgevallig te zijn  te leven zoals Hij het wil. Ons gehele vertrouwen op Christus is vervat in dat woord “geloof”. Wat wil dat zeggen? Het wil zeggen: zich binden aan, vertrouwen stellen op, zijn hoop vestigen op. En vanavond zal ik u vragen te geloven, zich te verbinden, de citadel van uw ziel, uw wil, over te geven aan Christus. Zeg deze avond: Ik wil Hem volgen. Ik wil Hem dienen.

Onze Vader en onze God, wij bidden U dat de Heilige Geest moge spreken terwijl ik spreek en het woord van God gebruik, dat levend en krachtig is en scherper dan enig tweesnijdend zwaard. Mogen vele mensen zich vanavond bewust zijn van Jezus, niet van de spreker. Wij vragen het in zijn naam. Amen.

Ik vraag u vanavond met mij te letten op het boek Openbaring, hoofdstuk 3, vers 17. “Omdat gij zegt: Ik ben rijk en ik heb mij verrijkt en heb aan niets gebrek, en gij weet niet dat gij zijt de ellendige en jammerlijke en arme en blinde en naakte . . .”

Wij zien, op ons standpunt, de dingen in één verschiet, maar God ziet ons volstrekt anders dan wij zelf. Wij zien de uiterlijke verschijning, God ziet naar het innerlijk. God ziet het hart aan. En als God het hart aanziet van alle mensen in Amerika, met onze overvloed, nu velen van ons zeggen: Wat ben ik rijk! Wat gaat het mij goed! Ik heb alles wat ik wens!  dan zal God daarop antwoorden: U ziet niet in, dat u geestelijk gezien een ellendige, meelijwekkende, blinde, naakte stakker bent! Dr. Hildebrand heeft ons daareven het slot van Marcus 10 voorgelezen, de geschiedenis van een blinde man, die Jezus ontmoette. Ik wil u graag iets vertellen van die blinde en hoe hij met Christus in aanraking kwam, en hoe dat zijn hele leven veranderde, en hoe ú Christus ontmoeten kunt, en hoe Hij vanavond uw leven veranderen kan.

Vanmorgen stond er in The New York Times een mooie foto van Tricia Nixon en een blinde jongen die haar gezicht aanraakte, om met zijn tastende vingertoppen te ontdekken hoe zij er uitzag. Straks bij het binnenkomen zag ik een blind echtpaar. Ik heb dat echtpaar al een paar avonden gezien en toen ik eens hun kant uit keek zij zien eruit alsof zij in de zeventig zijn zag ik hen, twee blinden, hand in hand zitten. Ik ken in Florida iemand die op vrij jonge leeftijd plotseling blind geworden is. Hij zei eens tegen mij: Ik ben blij dat ik blind ben, want sinds ik mijn ogen niet meer kan gebruiken zie ik zoveel beter.” Daarmee wilde hij zeggen, dat hij de wezenlijke waarden in het leven zoveel beter zien kon. Helen Keller heeft eens gezegd: Ik heb met mensen gewandeld wier ogen vol met licht zijn, maar die niets zien. Zij zien niets in de bossen, de mensen of de lucht, niets in de strijd, niets in boeken, niets in sport, niets op straat. De reis die hun ziel door deze betoverende wereld maakt, is onvruchtbaar en dor.” De profeet Jeremia zei: “Hoort dit toch, dwaas en verstandeloos volk, dat ogen heeft zonder te zien en oren zonder te horen. Wist u dat er een prachtige, onbeschrijfelijke geestelijke wereld is, die wij met ons lichamelijk oog nooit kunnen zien?

Dr. Engstrom, die voorzitter van het bestuur van RCA (Rockefeller Center) is, had gisteren enkele leden van ons team bij zich voor de lunch. Hij is ook voorzitter van deze campagne en heeft grote naam gemaakt als natuurkundige. Wij kregen daar een gesprek over de mogelijkheid van een andere wereld op onze planeet, waarvan wij ons niet bewust zijn en de bijbel leert juist met zekerheid dat die andere wereld bestaat. Het belangwekkende is nu, dat de natuurwetenschap tegenwoordig op de drempel staat en deze andere wereld door middel van wetenschappelijke instrumenten in het oog begint te krijgen. De bijbel zegt ons dat er een wereld van het kwade en een wereld van het goede is, een wereld van boze geesten en een wereld van engelen.

De profeet Elisa verkeerde eens in groot gevaar. De koning van de Arameeërs wilde hem laten gevangen nemen en stuurde een sterk leger, dat ’s nachts de stad Dothan, waar Elisa was, omsingelde. In de vroege morgen zag zijn bediende dat, en deze kwam heel opgewonden en van streek en verschrikt binnen; hij riep uit: “0 mijnheer! Wat moeten wij doen?” Elisa bleef om zo te zeggen doodkalm in zijn schommelstoel zitten, en zei: Wees niet bang, want zij die bij ons zijn, zijn talrijker dan zij die, bij hen zijn.” Ook bad Elisa: “Heer, open toch zijn ogen, opdat hij het ziet.” En de Heer opende de ogen van de knecht en hij zag en zie, de berg was vol vurige paarden en wagens rondom Elisa. De Arameeërs werden op een gebed van Elisa met blindheid geslagen, en sindsdien kwamen hun benden niet meer in het land van Israël (2 Koningen 6).

Ziet u wel? Er is een onzienlijke wereld om ons heen en er is een onzichtbare wereld van blijdschap en geluk en vrede en veiligheid en levensvoldoening, die u nooit hebt gevonden omdat u nooit deze geestelijke ervaring hebt gehad, deze ontmoeting met Jezus Christus.

Het evangelie naar Marcus vermeldt de geschiedenis van die blinde. Hij heette Bartimeüs. Hebt u een paar dagen geleden niet gelezen dat er een Amerikaan is omgekomen bij de Dode Zee? Op een toeristencentrum in Israël kwamen een paar bommen terecht! Welnu, dit was niet ver van het stadje jericho. Wie van jeruzalem naar het oosten trekt, ziet op den duur jericho, de palmstad, in het jordaandal. Daar in de omtrek zat destijds de blinde bedelaar Bartimeüs aan de weg. Het was een koele lentemorgen, en hij zal wel bij iemand in de schuur geslapen hebben. Nadat hij opgestaan was, zocht hij met zijn stok tastend de weg, hier en daar bedelend om een korst brood. Vlak bij de stad kwam hij aan de hoofdweg, die over jericho naar jeruzalem liep. Hij ging buiten de stadsmuur bij de poort zitten en begon daar te bedelen: Help de blinde; help de blinde; help de blinde. Er liepen mensen voorbij. Sommigen van hen spuwden naar hem, sommigen gooiden hem met stenen, sommigen gaven hem een schop, sommigen wierpen een geldstukje naar hem. Er waren ook andere bedelaars. Zij dongen met elkander zelfs om de kleinste gift, ten einde hun bestaan te kunnen voortslepen.

Let u eens even op deze man, en zie in wat voor nood hij verkeert. De bijbel zegt dat hij blind was. Hij kon de vodden en het vuil niet zien, en ook de schoonheid niet. De bijbel leert dat u en ik twee paar ogen hebben. Uw lichamelijke ogen zien wellicht scherper dan die van de meeste mensen, maar uw geestelijke ogen kunnen daarom wel blind zijn. De bijbel leert inderdaad dat een bovennatuurlijke macht ons verblind heeft. De Heilige Schrift luidt in 1 Corinthiërs 2 : 14: “Een werelds mens wijst alles af wat van de Geest van God komt. Het is dwaasheid voor hem; hij kan geen goed oordeel hebben zonder hulp van de Geest.” De wereldse mens is de natuurlijke mens, de mens zoals hij van nature is.

In 2 Corinthiërs 4 : 4 zegt de bijbel: “Zij zijn in hun ongelovige denken zo verblind door de god van deze tijd, dat zij geen oog meer hebben voor het licht van het evangelie, voor de glans van Christus, die het evenbeeld van God is.”

Er ligt dus een sluier uit een andere wereld over ons verstand en over onze geestelijke ogen, en dat is de reden waarom iemand nooit langs louter verstandelijke weg tot Christus of tot God kan gaan. Het evangelie is voor het menselijk begrip niet zinvol. U kunt het nooit op logische wijze van stap tot stap verklaren, want de zonde heeft uw denkprocessen aangetast. Uw gewone gedachtenkring heeft zich aangepast aan het materialistische, geseculariseerde leven. Vandaar dat de bijbel het evangelie “dwaasheid” voor de natuurlijke mens noemt. “De boodschap van het kruis lijkt namelijk dwaasheid voor hen die hun ondergang tegemoet gaan.” Het woord voor “dwaasheid” is hier in de oorspronkelijke Griekse tekst een zeer interessant woord. Het betekent onnozelheid, zwakzinnigheid. Dat ik hier voor u sta om te verkondigen dat Christus aan het kruis gestorven is en uit het graf opgestaan, en dat dit uw leven kan veranderen als u het gelovig aanneemt, is voor de gemiddelde mens onnozel, dwaas. En God heeft het opzettelijk zo ingericht.

Ik zal u zeggen waarom Hij dat met opzet gedaan heeft. U weet wel dat in het Oude Testament een generaal voorkomt met de naam Naäman. Hij was de legeroverste van de koning van Aram, of Syrië, een krijgsheld, maar melaats. Hij vond geen genezing. Na een tijd hoorde hij van de profeet Elisa, en met een stoet van paarden en wagens verscheen hij voor Elisa’s huis. De profeet stuurde een bode naar hem toe met de opdracht: Ga heen en baad u zevenmaal in de jordaan. De grote generaal ging boos weg. Hij voelde zich diep beledigd en zei: Zijn de rivieren van Damascus niet beter dan alle wateren van Israël? Waarom zou ik zo iets onnozels doen? Het water van de Jordaan heeft geen genezende kracht. Nee, Elisa had hem opgedragen iets heel dwaas en heel belachelijks te doen … om zijn geloof op de proef te stellen. Ziet u, hij moest door het geloof in dat water gaan. Hij moest iets doen dat dwaas leek  dwaas voor het natuurlijk verstand, maar niet dwaas voor God. Gehoorzaamheid is van het hoogste belang. God leerde hem hier gehoorzaamheid. Zijn dienaars spraken hem aan en konden hem overreden. Hij dompelde zich zevenmaal in de jordaan, en zijn lichaam werd weer gezond en hij was rein.

Mogelijk herinnert u zich de geschiedenis die Jezus aanhaalde  een belangrijke gebeurtenis uit het Oude Testament van de slang in de woestijn. Giftige slangen beten het morrende volk, zodat vele lsraëlieten stierven. Mozes bad voor hen en God antwoordde: “Maak zo’n slang van koper en zet die op een staak; ieder die gebeten is en zijn blik daarop richt, zal in leven blijven.” Wie niet naar de koperen slang wilden zien, stierven. Is dat dan niet belachelijk? Er zit geen geneeskracht in een slang van koper… Kunt u iets dwazers verzinnen voor iemand met een slangebeet, dan dat hij naar een koperen slang moet kijken om in leven te blijven? God liet hun zeggen dat zij iets dwaas moesten doen. Door het geloof! Hij wilde dat zij Hem op zijn woord zouden geloven. Hij gaf hun een geduchte les in gehoorzaamheid. Samuel zei: “Zie, gehoorzamen is beter dan slachtoffers.”

En met het kruis is het precies zo. Het kruis is voor de natuurlijke mens dwaasheid. Het eerste hoofdstuk van 1 Corinthiërs handelt uitvoerig over de dwaasheid van het kruis voor het logisch denkende verstand, voor de Grieken die alleen maar naar wijsheid vragen. Maar wanneer u eenmaal als een klein kind vertrouwend Christus aanneemt, krijgt het een nieuwe betekenis, een nieuwe dimensie. God heeft zijn kracht verborgen in het geheim van het kruis. Daarom staat op elke roomskatholieke kerk een kruis. Daarom staat op menige protestantse kerk een kruis. Daarom is het kruis het zinnebeeld van het christelijk geloof, want in het kruis van Christus is de bovennatuurlijke kracht die ons leven kan veranderen. ja, het lijkt dwaas, het lijkt bespottelijk voor het natuurlijk verstand, maar daarin is de kracht die ook uw leven veranderen kan.

Deze man was blind, maar velen van u zijn dat ook. Bovendien was hij arm. Hij was een doodarme man. En u weet dat dit een van de problemen is, die zich in onze huidige wereld aan elk van ons voordoen. Het probleem van de armoede. Dit doet mijn hart voortdurend pijn. Op dit zelfde ogenblik leven zeven van de tien mensen in de wereld als door gebrek uitgemergelden. Ook voordat de berichten uit Biafra kwamen, stierven elke dag tienduizend mensen van honger of ondervoeding. En onze honden thuis, de dieren die wij in Amerika als vrienden behandelen, hebben een veel hogere levensstandaard dan miljoenen mensen in andere werelddelen.

De bijbel leert, dat op ons een grote verantwoordelijkheid voor de armen rust. Spreuken 21 : 13:  “Wie zijn oor gesloten houdt voor het hulpgeroep van de geringe, zal als hij zelf roept geen antwoord ontvangen.” Psalm 41 : 2:  “Welzalig hij die acht slaat op de geringe; ten dage des onheils zal de Heer hem uitkomst geven.” jesaja zei: “Leert goeddoen, streeft naar recht, houdt de geweldenaar in toom, doet recht aan de wees, verdedigt de rechtszaak der weduwe.” De apostel johannes schreef: “Wie nu in de wereld een bestaan heeft en zijn broeder gebrek ziet lijden, maar zijn binnenste voor hem toesluit, hoe blijft de liefde van God in hem?”

U vraagt: Wie zijn de armen in Amerika? Hier vlakbij, op het eiland Manhattan, hebt u de zeer rijken en de allerarmsten. Volgens de maatstaf die men in Amerika aanlegt voor armoede, zijn er veel armen. Ik ben zelf in armoede opgegroeid, maar ik wist dat niet. Niemand kwam het mij vertellen. Ik zag geen televisieprogramma waaruit bleek, wat voor een groot probleem ik was geworden Niemand zei mij er iets van. Ik wist niet anders dan dat ik van ’s morgens drie uur tot zonsondergang moest werken. Ongeveer zeventien jaar lang heb ik gedacht dat de letters P.C. in plaats van “Predik Christus” betekenden: “Plow Corn” (doorploeg de maïsvelden). Althans mijn vader dacht het. Ik was er niet zozeer van overtuigd, maar mijn vader wel, en mijn broer en ik moesten zo vroeg opstaan, dat wij ieder ongeveer twintig koeien hadden gemolken als het tijd was om naar de middelbare school te gaan, elke dag weer. U zegt: dat is onmogelijk. Maar het was zo. Ik zou nu niet graag één koe melken en toch hebben wij gedaan wat ik daarnet zei. Dat was zwaar werk.

En wist u dat wij geen televisie hadden? Wij hadden zelfs helemaal geen radio voordat ik zowat twaalf jaar was en mijn vader een oude kristalontvanger van iemand overnam. Wij zetten de koptelefoons op en stemden af op KDKA in Pittsburgh. Ik meen dat dit de enige zender was, die wij in 1931 konden horen. Ons huis was niet van alle gemakken voorzien. Volgens de maatstaven van deze tijd leefden wij toen echt in armoede, maar wij hadden er geen weet van. Er zijn evenwel werkelijk arme mensen in Amerika  weduwen, kinderen uit opgebroken gezinnen, onwettige kinderen, wezen, invaliden, ouderen wier spaargeld wordt verslonden door de waardevermindering, zij die graag willen werken maar te lijden hebben van discriminatie op grond van hun ras of godsdienst. Voor al dergelijke mensen draagt de maatschappij verantwoordelijkheid, en de kerk is in zeer bijzondere zin verantwoordelijk. Ik zag onlangs een bord waarop geschreven was: “Ik strijd tegen de armoede. Ik werk.” Er zijn intussen mensen te over die werkschuw zijn, en de bijbel zegt in 2 Thessalonicenzen 3 : 10: “Wie niet werken wil, moet ook maar niet eten.” Dat geldt voor duizenden, honderdduizenden, of misschien miljoenen mensen niet, maar er zijn anderen van wie het wel gezegd moet worden.

Het kan u bekend zijn, dat het tegenwoordig niet meevalt mensen te vinden die met hun handen willen werken. Jezus was timmerman. Hij oefende een handwerk uit. Hij ging door voor iemand van nederige positie. Heden ten dage menen wij dat dit beneden onze waardigheid is. Iedereen wil chef zijn. Iedereen wil een kantoor met airconditioning, en ik neem het niemand kwalijk. Toch moet er veel ander werk gebeuren, en er is een zekere waardigheid in het werken met de handen. Er is waardigheid in het straatvegen. Er is waardigheid in het ophalen van vuilnis. Schaam u er niet voor zulke dingen te doen. Als u een christen bent, kunt u iedereen recht in de ogen zien en zeggen: ja mijnheer, ik ben vuilnisman en daar ben ik trots op. Er is waardigheid in een dienstmeisje. Elke dienstbetrekking, hoe laag van rang u deze ook vindt, of hoe gering anderen haar achten, heeft waarde voor God. Ik zei dat Jezus timmerman was. De Heilige Schrift zegt in de brief aan de Efeziërs: Laat wie niets heeft zelf aan de slag gaan en eerlijk werk gaan doen, zodat hij iets missen kan voor wie het nodig heeft. Er is een groot getal mensen, bij wie al die armoede zwaar weegt, en dat is mooi. Armoede weegt bij ons allen zwaar, of dat moést zo wezen, omdat wij christenen zijn. Vergeet intussen niet dat ook judas zich om de armen bekommerde, want toen Maria van Bethanië met dure nardusolie Jezus’ voeten zalfde en ze met haar haren afdroogde, werd judas kwaad. Hij zei: “Waarom is die balsem niet voor driehonderd zilverstukken verkocht ten bate van de armen?” De bijbel geeft daarop een belangwekkende toelichting, Johannes 12 : 6: “Maar dit zei hij niet omdat de armen hem iets konden schelen. Hij was een dief. Hij bewaarde de gemeenschappelijke beurs en nam er geregeld geld uit weg.” En vele politici laten het vraagstuk van de armoede zwaar wegen om stemmen te winnen. Dat kan ons evenwel nooit ontslaan van onze verantwoordelijkheid voor hen die waarlijk arm zijn. Wij behoren als leden van de maatschappij, en als leden van de kerk, alles in het werk te stellen voor de doodarmen.

De bijbel spreekt verder ook over een ander soort van armoede. Er zijn geestelijk arme mensen. “Beter een weinig met gerechtigheid, dan grote inkomsten met onrecht.” Marcus 8 : 36: “Want wat baat het een mens de gehele wereld te winnen en aan zijn ziel schade te lijden?”

Jezus heeft een gelijkenis verteld van een rijke man, wiens land veel had opgebracht, Lucas 12 : 1621. Hij werd zeer welvarend. Hij had alles. Op een dag deed hij de ronde over zijn bezittingen, en hij zei: “Wat moet ik doen? Want ik heb geen ruimte om mijn oogst op te bergen. Dit zal ik doen: ik zal mijn schuren afbreken en grotere bouwen; daarin kan ik dan heel mijn rijkdom aan koren opbergen. En dan zeg ik tegen mijzelf: “Man, je hebt een grote rijkdom liggen voor heel veel jaren; rust nu maar eens uit, eet, drink, en wees vrolijk!” Zo sprak hij bij zichzelf. Hij zei dat tegen zijn ziel niet tegen zijn verstand of tegen zijn lichaam, maar tegen zijn ziel, zijn geest, het hogere in hem dat allereerst aan God gewijd moest zijn. “Ziel … houd rust, eet, drink, en wees vrolijk.” Neem het ervan. Geniet van het leven. Ik ga voor de rest van mijn leven naar Florida. Wat een zelfzucht! Help je medemensen niet; maak je niet druk om enige maatschappelijke arbeid en geestelijk werk en een boodschap aan de mensen, maar besteed alles aan jezelf. En de gelijkenis vermeldt dat er een stem uit de hemel klonk. God zei tegen hem: “Jij dwaas, in deze zelfde nacht zul je het leven moeten afstaan; en al de rijkdom die je verzameld hebt, wie zal het nu krijgen?” De profeet Amos zei (hoofdstuk 6): “Wee de zorgelozen op Sion! … Gij die de kwade dag ver weg stelt en de zetel van het geweld nabij brengt; die neerligt op ivoren bedden, en ómhangt op uw divans; die lammeren uit de kudde opeet en kalveren midden uit de stal … die uit vaten drinkt, vol wijn, en met de voortreffelijkste olie u zalft!”

De val van het Romeinse rijk heeft drie oorzaken gehad gulzigheid, dronkenschap en zedeloosheid waardoor het hart, de inwendige kern van Rome verteerde. En wij zien hetzelfde in Amerika, dat door inwendige verrotting kan ondergaan, tenzij er van kust tot kust een zedelijke en geestelijke opwekking komt.

Er is geestelijke armoede. De man van wie Jezus vertelde, had op stoffelijk gebied alles, maar in geestelijk opzicht had hij niets. Hij had de gehele wereld gewonnen, maar schade geleden aan zijn ziel, en Jezus zei dat dit een slechte koop was. Velen van u hebben een goede baan; u hebt een bankrekening, en u bekleedt een zekere positie daar waar u werkt, maar geestelijk bent u arm. In Gods ogen leeft u in bittere armoede. U lijkt op Bartimeüs, die blind en straatarm was. Hier komt bij, dat Bartimeüs niet alleen blind en doodarm was; hij verkeerde ook in een hopeloze toestand. Hij had namelijk getracht voor zijn blindheid genezing te vinden, maar het was hem niet gelukt. En hoeveel mensen zijn er hier vanavond net zo aan toe? De spanningen van het leven zetten u onder druk, en het lijkt haast hopeloos. Heel velen van jullie, jonge mensen, proberen het doel en de betekenis van het leven te ontdekken. je hebt gepoogd een oplossing te vinden voor de levensraadselen. Vanwaar ben ik? Waarom ben ik hier? Waar ga ik heen? Wat is de zin van het leven?

lan Fleming, de schrijver die de figuur James Bond heeft bedacht, heeft voordat hij stierf gezegd: “Mijn God, nu ben ik stof en as, niets meer dan wat as. je hebt er geen idee van hoe heel het dwaze gedoe van het leven iemand kan vervelen.” En de zielkundigen noemen dat “geneigdheid tot zelfmoord.” Zij zeggen tegenwoordig dat naarmate de beschaving verder voortgeschreden is, het aantal zelfmoorden is toegenomen.

Bartimeüs verwachtte dat hij als blinde sterven zou; geen ogenblik dacht hij eraan dat zijn leven heel anders zou kunnen worden. Hij koesterde geen sprankje hoop. En ook velen van u hebben het opgegeven. U bent zoals de kat die zó dikwijls op zijn staart getrapt was, dat hij op de duur telkens zijn staart uitstrekte wanneer iemand de kamer inkwam. U zegt allicht: Het heeft geen nut. Ik heb van alles geprobeerd. Ik heb het geprobeerd met de godsdienst, met deze kerk, met die kerk en met nog een kerk; ook heb ik het geprobeerd met de filosofie en met de psychologie.

De Beatles zijn op zoek naar voldoening en innerlijke vrede zelfs naar India gereisd, maar zij keerden ontgoocheld terug. Men heeft op duizenden manieren gepoogd vrede te vinden voor het hart en geborgenheid voor de ziel, maar men heeft dat niet bereikt en men heeft zodoende de moed zo goed als opgegeven.

Op dit zelfde ogenblik ontwikkelt zich een zeer gevaarlijke toestand in de wereld. Velen van onze befaamde natuurfilosofen zeggen, dat geen mens de eenentwintigste eeuw ooit halen zal. Een Canadese natuurkundige heeft pas nog gezegd, dat de mens nu zo veel macht heeft dat deze, maximaal aangewend, de wereld met alles wat zij bevat in minder dan een minuut uit elkaar kan doen springen. Wij leven op de rand van algehele vernietiging in de schaduw van alles wat overal ter wereld voorvalt dat wil zeggen, wij leven in een wereld die door de zonde in bedwang gehouden, door de zonde beheerst wordt, zodat wij ons daartegen krachtig te weer moeten stellen.

De profeet joël zei: “Roept dit uit onder de volken: Heiligt de oorlog, doet de helden opstaan; dat alle krijgslieden aantreden, oprukken! Smeedt uw ploegscharen tot zwaarden en uw snoeimessen tot speren; de zwakke zegge: Ik ben een held.” Jezus heeft gezegd, dat tot het laatst der dagen er oorlogen en geruchten van oorlogen zouden zijn. Wij zullen er goed aan doen als wij voor ogen houden dat er oorlog komt. Sedert het eind van de tweede wereldoorlog heeft de aarde al eenenvijftig oorlogen beleefd. Wij gaan een reusachtig wereldconflict tegemoet, tenzij de mensheid kan rekenen op Gods tussenkomst en Hij zal zeker optreden. Daarover wil ik zondagavond spreken  dat God tussenbeide treedt om ons te redden, want Hij zal aan dit alles een eind maken; en dat Jezus Christus, zijn Zoon, weerkomt om zijn koninkrijk te stichten. Dat is het beeld van Utopia, waarvan de wereld nu droomt en waarop zij hoopt. Het nieuwe rijk zal evenwel niet tot stand gebracht worden door de inspanning van mensen. Het zal komen doordat God het sticht.

Geestelijk zijn wij allen er hopeloos aan toe. Velen van u beseffen dat. U hebt een uitweg uit uw toestand willen zoeken. Denk aan Bartimeüs, die daar op een morgen zat, blind en arm en zonder hoop. Plotseling hoorde hij een menigte mensen aankomen, die de stad uitging hij hoorde jongens fluiten en mensen lachen, en vroeg: Wie komt daar aan? Niemand gaf antwoord. Hij vroeg opnieuw: Zeg, wie komt daar aan? In de verwarring kwam hij het niet te weten. De menigte begon langs hem heen te lopen, en hij greep een voorbijganger bij zijn kleren en vroeg weer: Wie kómt hier? De onbekende rukte zich los en zei: Jezus van Nazareth vertrekt uit jericho. Jezus van Nazareth. Die naam ken ik. ja, Jezus is de man die zo veel wonderen gedaan heeft. Ik heb van hem gehoord. Bartimeüs zou het nooit hebben geweten, als die vreemdeling het hem niet gezegd had. U weet nooit wat één woord in een restaurant, in een lift, op de hoek van een straat, kan uitwerken. Velen van u weten het niet, maar u kunt naar Central park gaan, waar wij overdag samenkomsten houden, zoals ook op Times Square, ’s avonds in Greenwich Village, en op Washington Square. Op de genoemde plaatsen zijn de hele dag door verschillende samenkomsten. Wij zijn hier met bijna tweehonderd medewerkers, studenten, evangelisten uit Afrika, uit Latijns Amerika, uit Europa, die ons in deze campagne helpen, en de samenkomst hier is maar een van de vele bijeenkomsten die dagelijks hier en daar in New York worden gehouden.

Gisteren hebben deze wonderbaarlijke Italianen, de Palermo Brothers, op straat gezongen en de blijde boodschap gebracht, en iemand zat boven hun hoofd in een flatgebouw te luisteren. Vandaag liep hij ons bureau binnen om te vertellen: “Die jongens konden het niet weten, maar ik was er wanhopig slecht aan toe, en nu is Christus in mijn hart gekomen.” Hij is direct gisteravond hierheen gegaan en is naar voren gekomen om openlijk zijn keus te bevestigen. Een andere man liep snel het gebouw uit waar een van mijn collega’s sprak, en zei: “0 God, ik moet God hebben. Ik moet Hem nu hebben.” En hij vond God juist op de hoek van de straat.

Deze dingen gebeuren overal in de stad. U hebt het nergens gelezen en u hebt er niet van gehoord, maar het gebeurt. Terwijl een lid van ons team ergens sprak, was daar iemand met een slang, een cobra, uit India. Hij haalde het dier uit een zak en hield het mijn vriend voor het gezicht, om te kijken of hij ook terugdeinsde. Hij deinsde evenwel niet terug, met het gevolg dat de man bleef en de prediking hoorde.

Wij weten nooit wat een enkel woord kan doen. De secretaris van de Christelijke Maatschappij voor jonge Mannen in Berlijn is Peter Schneider; hij is altijd mijn tolk als ik in Duitsland spreek. Peter Schneider is in de oorlog in het Duitse leger geweest en door de Britten gevangengenomen. In een gevangenkamp heeft hij Engels geleerd. Na de oorlog koos de Christelijke Maatschappij voor jonge Mannen hem als een veelbelovende jeugdleider. Hij werd naar ons land gezonden, om hier de verschillende jeugdkampen te bezien en ervaring op te doen. Bij die gelegenheid is hij ook in Green Lake, Wisconsin, geweest. Hij verklaarde dat hij een christen was, maar hij miste het ware geloof. Op zeker ogenblik was daar niets voor hem te doen. Een groep studenten hield een wijdingsbijeenkomst, en hij voegde zich bij hen en luisterde. Na afloop sprak een student hem aan met de woorden: “Bent u niet de Duitser die hier gekomen is?” Na zijn bevestigend antwoord vroeg de student: “En kent u Christus als uw Zaligmaker?’ Peter Schneider zei: “Wat wilt u daarmee zeggen? Natuurlijk ben ik een christen. Haast iedereen in Duitsland is een christen.” En hij begon te betogen en te debatteren. Dat duurde zowat een uur, en op het laatst draaide hij zich om en liep kwaad weg. Hij heeft mij verteld, dat hij die hele nacht niet slapen kon. Drie dagen en drie nachten lang sprak God tot hem, en ten slotte hij was naar een andere stad gegaan  gaf hij zijn leven over aan Christus.

Peter Schneider zei hierover nog: “Telkens als ik weer in Amerika ben en veel mensen voor mij zie, kijk ik naar het publiek of ik misschien de jongeman zie, die op de bewuste avond tegenover mij getuigd heeft van zijn geloof. Ik heb hem nooit meer gezien en hem dus niet kunnen bedanken. Destijds dacht hij waarschijnlijk dat hij zijn doel gemist had; dat hij als getuige van Christus te kort geschoten was. Maar ik zal hem eenmaal in de hemel zien, en dan zal ik hem ervoor kunnen bedanken dat hij mij tot de kennis van Jezus Christus heeft gebracht!’ Wanneer u van Christus getuigt en de mensen nemen het niet aan als u trouw geweest bent, zal God het zaad doen wortel schieten. De generaalmajoor van de militaire geneeskundige dienst in een van de Europese landen liep op zekere dag buiten, en daar bleef een stuk papier aan zijn schoen kleven. Hij ging naar binnen en haalde het eraf. Het bleek een evangelisch traktaat te zijn. Iemand had de moeite genomen het uit te reiken. De generaal las het; hij kwam tot bekering en is thans iemand die leiding geeft aan christelijke arbeid.

ja, Jezus kwam erlangs, en op dit ogenblik gaat Jezus door de straten van New York. Jezus verliet Jericho. Bartimeüs had in wanhoop kunnen zeggen: Wacht eens even. Ik denk dat ik zal afwachten wat de godsdienstige leidslieden mij over deze man Jezus zullen vertellen. Evenwel, dat deed hij niet. Hij wachtte niet tot hij meer wist. Hij zei integendeel: Dit is de kans van mijn leven. En hij schreeuwde uit alle macht: “Zoon van David, Jezus, heb medelijden met mij!’ De bijbel verhaalt dat Jezus bleef staan. Denk u dat in. Dit was de laatste keer dat Jezus in jericho is geweest. Hij was al haast buiten het bereik van Bartimeüs’ stern, maar de blinde nam deze ene kans waar, die zijn laatste kans kon zijn. Hij riep: Jezus, heb medelijden met mij!  En Jezus bleef staan. Laat mij u dit zeggen. Als u Hem vanavond aanroept, zal Hij bij u stilhouden en naar u luisteren. De andere bedelaars in de buurt van Bartimeüs hebben hem wellicht op de mond geslagen, en gezegd: Sst. Hou je stil! Een rabbi kan zich niet laten ophouden door een oude, vuile bedelaar zoals jij  een oude blinde man.

Jezus is niet gekomen om gediend te worden, maar om zelf te dienen. Hij stelt belang in u. De haren van uw hoofd zijn alle geteld en Hij weet alles van u. Hij doorziet de uitwendige godsdsdienstigheid, Hij kent de onoprechtheid van uw hart, of uw hoogmoed, of de begerigheid van uw hart, of de gewoonte die u in haar greep heeft. Hij weet van dat verdovende middel. Hij weet van al die dingen. Hij kent uw familieverhoudingen die zo gespannen zijn. Hij ziet al dat tegenstrijdige in uw leven, en Hij zegt: Ik heb u lief. Ik wil u vergeving schenken; Ik wil u helpen. Wie u ook bent, Ik zal alles laten rusten om naar u te luisteren.

Jezus zei: “Roep hem eens.” De andere bedelaars konden hun oren niet geloven. Zij zeiden nu: “Wees gerust! Sta op, Hij roept je!” Bartimeüs kon het zelf ook bijna niet geloven. Zij gaven hem zijn mantel en zijn stok, maar hij gooide ze beide van zich af en rende naar Jezus en knielde voor Hem neer. Daar lag de man die blind en hulpeloos en arm was, vlak voor de Zoon van de levende God. Wat een ontmoeting! Dat is een afbeelding van het menselijk geslacht. Het is een afbeelding van u, oog in oog met Jezus.

Jezus vroeg aan Bartimeüs: “Wat wil je? Wat kan Ik voor je doen?” Hij wist natuurlijk heel goed dat Bartimeüs blind was. In het begin van deze avond heeft dr. Steven Lord mij daarover een prachtige gedachte aan de hand gedaan. Hij zei dat Jezus deze vraag stelde, omdat Bartimeüs zich zo had geschikt in zijn blindheid en zijn armoede en zijn hulpbehoevendheid. Jezus wilde weten of hij werkelijk verandering in zijn leven verlangde. Hij wilde zien of Bartimeüs de verantwoordelijkheid van een gezond mens op zich zou nemen. “Ben je bereid je aan te passen aan een heel nieuw leven?” Wist u dat er vele mensen zijn, die zó veel van hun zonden houden dat zij ze niet willen opgeven? Zij houden zó veel van de toestand waarin zij leven, dat zij er met smaak over klagen. Ik heb zieken gekend, die van hun ziekte genieten. Zij doen niets liever dan erover uitweiden. Zij genieten van hun klachten. Zij genieten van de aandacht die aan hen besteed wordt.

Ik geloof dat Jezus dáárom aan Bartimeüs vroeg: “Wat wil je? Wat kan Ik voor je doen?” Bartimeüs, wil je echt een ander leven? En de blinde zei een prachtig Hebreeuws, of liever Aramees woord: “Rabboeni”, mijn Meester. Mijn Heer, mijn Meester, “maak dat ik zien kan.” En Jezus gaf ten antwoord: “Ga dan maar! je geloof heeft je gered,” je zonden zijn vergeven en je ogen zijn genezen. De Heilige Schrift zegt, dat hij dadelijk zien kon en met Jezus meeliep. U moet de bijbel eens nemen en deze geschiedenis woord voor woord nagaan. De mensen die een ontmoeting met Jezus hadden, troffen Hem meestal even, voor een klein poosje, misschien een uur maar daarna waren zij nooit meer zoals vroeger. Er was een wonder gebeurd, onmiddellijk, zo maar, plotseling.

De gevangenbewaarder van Filippi, zegt het boek van de Handelingen, had Paulus en zijn helper opgesloten. Midden in de nacht schrok hij wakker door een zware aardschok, die de fundamenten van de gevangenis deed schudden. Alle deuren vlogen open en de boeien van alle gevangenen sprongen los. Paulus riep zo hard als hij kon de gevangenbewaarder toe: “Doe uzelf geen kwaad, want wij zijn allemaal nog hier!” Bevend over al zijn leden viel de man voor Paulus neer met de vraag: “Wat moet ik doen om gered te worden?” Hij kreeg van Paulus geen omslachtig antwoord; geen lange lijst met regels en voorschriften. De apostel zei alleen: “Geloof in de Heer Jezus. Dan zult u gered worden, u en uw huisgenoten.”

Heel eenvoudig. Ik ben er zeker van dat wij hem hadden meegenomen naar een zenuwarts, en dat de psychiater mogelijk had gezegd: U bent in deze emotionele toestand niet in staat zo’n beslissing te nemen. Deze aardschok heeft ook uw gevoelsleven geschokt. Zo sprak Paulus niet. Hij zei alleen: “Geloof in de Heer Jezus.” Hij en zijn metgezel brachten het woord van God aan alle mensen die bij de gevangenbewaarder in huis waren. De man werd nog die zelfde nacht gedoopt, evenals zijn huisgenoten. Zij behoorden nu tot de christelijke kerk. In die ene nacht was hun leven heel anders geworden.

Dit kan vanavond ook met u het geval zijn, en u kunt net zoals Bartimeüs met Jezus meegaan, Christus volgen. Wilt u dat Christus in uw leven komt, en uw zonden vergeeft, en u geestelijk rijk maakt, en u de zekerheid schenkt dat u naar de hemel gaat als u sterft? Die ontmoeting met Hem is mogelijk. U moet weten dat als u tot Christus komt, dit nog maar de eerste stap is; het is niet gemakkelijk Hem te volgen. Het brengt mee dat u lastig gevallen wordt, lijden moet, uzelf vergeet en uw kruis opneemt, maar het is een uitdaging en u verbindt daardoor uw leven aan een goede zaak. Sinds wij in New York zijn, hebben wij gezien dat duizenden, zowel jongeren als ouderen, zich op deze manier aan Christus hebben toevertrouwd. Het is een heerlijke gewaarwording als u Hem uw leven laat aanraken, als Hij u verandert en u laat zien waarvoor u leeft! Het zal u de voldoening en de zekerheid geven, waarnaar u gezocht hebt. En dan, wanneer u dit gebouw verlaat, gaat u niet alléén weg. Christus gaat mee om met u te leven, terug naar hetzelfde, bekende adres, het bekende gezelschap, de bekende straat, maar nadat u Jezus hebt ontmoet, zal het allemaal nieuw voor u zijn.

Ik vraag u vanavond Hem aan te nemen, heel eenvoudig, door het geloof. Denk eraan dat Jezus zei: Je geloof heeft je gered.” Niet uw verstandelijk bevattingsvermogen, maar uw geloof. Jezus heeft ook gezegd, dat u als een klein kind moet vertrouwen en Christus aannemen. Ik vraag u, van uw plaats op te staan, honderden van u, en hierheen te komen en voor dit podium te gaan staan, en door uw komst te zeggen: Ik neem Christus aan. Ik wens dat Hij mijn zonde vergeeft en mijn leven verandert. En nadat u allen gekomen bent en hier een ogenblik bent blijven staan, zal ik een paar woorden tegen u zeggen, met u bidden en u wat lectuur laten geven. Dan kunt u teruggaan naar hen met wie u hier bent. Op het bovenste balkon dat wij van hier kunnen zien, moet u naar achteren lopen, dan naar beneden en ginds achterom. Alle anderen kunnen rechtstreeks hier naar toe lopen. En u die in de andere zalen, in het Forum en in het Manhattan Center, ons op de televisie ziet en hoort, sta ook op en ga daar waar u bent naar voren als bewijs dat u Christus aanneemt, terwijl vele mensen hier al beginnen te komen. Wij zullen wachten totdat u allen gekomen bent, en dan zullen wij bidden.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in