Paulus, een bewijs voor de opstanding

0
408

de radicale verandering van de genadeloze christenvervolger Paulus tot een vurig navolger van Christus is een enorm bewijs voor de waarheid van de boodschap van Jezus. Om de omvang van deze levensverandering te kunnen begrijpen is het belangrijk om goed met de feiten op de hoogte te zijn. Laten we daarom teruggaan naar de tijd vlak na de kruisiging en opstanding van Jezus Christus.

Na de opstanding van Christus groeide de jonge kerk enorm snel, maar er kwam ook felle tegenstand van de Joden. Een van de grootste tegenstanders was Saulus (later Paulus) van Tarsus, wie was deze man en waarom was hij zo fel gekant tegen deze nieuwe ‘sekte der Nazoreeën’?

Saulus was een vurig voorvechter van het Jodendom, een geestelijk leider. Hij werd geboren in Tarsus, een universiteitsstad bekend om haar Stoa wijsgeren en cultuur. Paulus kreeg een Joodse opvoeding, die beheerst werd door de strenge dogma’s van de Farizeeërs. Omstreeks zijn veertiende levensjaar werd hij, ter voortzetting van zijn studie, naar Gamaliël gezonden, één van de grootste rabbi’s van die tijd. Hij groeide uit tot de meest byzondere en veelbelovende leerling van Gamaliël. Het is niet onwaarschijnlijk dat hij aan het eind van zijn studie zelfs tot rabbijn gewijd is.

Tijdens zijn verblijf in Jeruzalem moet Saulus praktisch vanaf het begin de opkomst van het christendom meegemaakt hebben. Briljant en godsdienstig als Saulus was, zal hij wel een grondige studie van het christendom hebben gemaakt en zich met koppigheid tegen de aanspraken ervan hebben verzet. Hij was vooral fel gekant tegen de christenen vanwege de rol van redder en verlosser die aan Jezus werd toebedeeld. Hierdoor werd nl de joodse wet van al haar waarde beroofd. Met zijn keiharde en overijverige logica, maar in volle oprechtheid en de zekerheid de zaak van God te dienen, stond Saulus vooraan in de opvatting dat de christenen streng vervolg moesten worden. Toen Stephanus gestenigd werd, (Handelingen 7:58, 8:1) werkte hij daaraan met volle instemming mee. In de vervolging die daarop uitbrak, liep Saulus over van ijver; Hij ‘verwoestte de gemeente, en hij ging het ene huis na het andere binnen en sleurde mannen en vrouwen mede, en hij leverde hen over in de gevangenis. (Handelingen 8:3) Ook vroeg hij aan de hogepriester om aanbevelingsbrieven voor de synagogen in Damascus, een stad waar veel Joden woonden. Hij wilde daar mannen en vrouwen opsporen, die in Jezus geloofden, hen in de boeien slaan en naar Jeruzalem brengen. Maar nadat Hij op pad gegaan was gebeurde er iets totaal onverwachts:

Toen hij in de buurt van Damascus kwam, flitste er plotseling een licht vanuit de hemel, dat hem gevangen hield. Hij viel op de grond en hoorde een stem: ‘Saul, Saul, waarom vervolgt u Mij?’ ‘Wie bent U, Here?’ vroeg Saulus. ‘Ik ben Jezus’ zei de stem, ‘die u zo fanatiek vervolgt. Sta op en ga de stad in, Daar zal u gezegd worden wat u moet doen.’ De mannen die met Saulus meereisden, waren met stomheid geslagen. zij hadden de stem wel gehoord, maar niemand gezien. Saulus stond op en deed zijn ogen open, maar kon niets zien. De mannen die bij hem waren, namen hem bij de hand en brachtten hem Damascus binnen. Drie dagen lang kon hij niets zien. (Handelingen 9: 3-9)

Nu woonde er in Damascus een christen, Ananias en deze kreeg van God de opdracht om naar Saulus toe te gaan en hem de handen op te leggen. Ananias protesteerde dat hij naar een dergelijke christenvervolger toe moest, maar God legt hem uit wat Hij met Paulus voorheeft: ‘U moet gaan Ananias, Ik heb besloten die man te gebruiken, Ik heb hem uitgekozen om Mij bekend te maken aan andere volken en hun koningen en ook aan het volk van Israël. Ik zal hem duidelijk maken hoeveel leed hij voor mij moet doorstaan’.

Ananias doet wat hem is opgedragen, Hij gaat naar Saulus. Hij legt hem de handen op en zegt: Saul, broeder ik ben gestuurd door Jezus, die u onderweg hebt ontmoet. U zult weer kunnen zien en vol worden van de Heilige Geest. Het was net of er een vlies van Saulus’ ogen viel. Ineens kon hij weer zien. Daarna liet hij zich dopen en ging wat eten om op krachten te komen.

Na deze gebeurtenissen is Saulus totaal verandert. Van een christenverdelger is hij plotsklaps verandert in een vurig navolger van Christus. Hij gaat in Damascus naar de synagoges en verkondigt daar dat Jezus de Christus is. De Joodse leiders begrijpen er helemaal niets van: ‘Dit is toch de man, die in Jeruzalem de aanhangers van Jezus heeft uitgeroeit? Hij kwam toch hier om mensen van dat geloof gevangen te nemen en naar de hoofdpriesters te brengen?’ Maar Saulus sprak met steeds meer overtuiging en bracht de Joden in verwarring door te bewijzen dat Jezus de Christus is. (Handelingen 9: 21,22)

Niemand begrijpt iets van de totale ommekeer in het leven van Paulus. De onderdrukte christenen niet, de Joden niet, helemaal niemand. En het is ook menselijkerwijs niet te begrijpen, het is een regelrecht ingrijpen van God geweest dat deze man deed inzien dat hij op de verkeerde weg zat.

Voor veel mensen was de totale ommekeer in het leven van de ‘Farizeeër der Farizeeërs’ het meest overtuigende bewijs zowel van de waarheid en de macht van de godsdienst waartoe hij was bekeerd, als van de blijvende waarde en de betekenis van de persoon van Christus.

Twee professoren te Oxford, Gilbert West en Lord Lyttleton waren vast van plan het fundament van het christelijk geloof te ondergraven. West zou het bedrog van de opstanding aantonen en Lyttleton zou bewijzen dat Saulus van Tarsus nooit tot het christendom was bekeerd. Beide mannen kwamen tot precies de tegenovergestelde conclusie en werden vurige volgelingen van Jezus. Lord Lyttleton schrijft: ‘Goed beschouwd was alleen de bekering en het apostelschap van Paulus voldoende bewijs dat het christendom een Goddelijke openbaring was.’ Hij komt tot de conclusie: ‘Als Paulus werkelijk vijfentwintig jaar voor Christus heeft willen lijden en Hem heeft gediend, dan was zijn bekering echt, want dat alles begon na de plotselinge verandering. en als zijn bekering echt was, dan stond Jezus inderdaad op uit de dood, want Paulus schreef alles wat hij was en deed toe aan het feit dat hij de opgestane Christus had gezien.’

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here