wat zei Hij zelf?

0
325

de Joden antwoordden: ‘Wij willen u niet stenigen omdat u iets goeds gedaan hebt, maar omdat u God lastert! U bent een mens maar u geeft u uit voor God (de Joden tegen Jezus)

Voor de Joden was het helemaal duidelijk: Jezus zei in woord en in daad dat Hij gelijk was aan de onzichtbare God. En als een mens zich gelijk aan God stelde was dat pure godslastering. En daar stond maar een straf op: steniging.

Nergens in de Bijbel lezen we dat Jezus rechtstreeks tot de mensen zegt: Ik ben God. De Joden zouden hier totaal niet mee om kunnen gaan. Maar Hij zei het wel in indirecte, niet mis te verstane bewoordingen met uitspraken zoals “Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien”, “eer Mij zoals u ook de Vader eert”, “Ik en de Vader zijn een”.

Toen Jezus bijvoorbeeld duidelijk maakte dat aan hem dezelfde eer toekwam als aan God (Eer mij zoals u ook de Vader eert), probeerden de Joden hem meteen te doden. Verering en aanbidding van God was een eeuwenoud onderdeel van het Joodse geloof. Ze hadden zoveel eerbied voor God dat ze zelfs zijn naam niet hardop durfden uit te spreken. En toch was hier Jezus, die onomwonden bevestigde dat door zijn gelijkheid aan God Hem dezelfde eer en aanbidding toekwam als die aan God werd betoond. Voor de Joden stond deze uitspraak gelijk aan pure godslastering, zij hadden onmiddellijk door met wie Jezus zich hier helemaal indentificeerde.

In een andere geschiedenis lezen we het verhaal van Jezus die een verlamde man geneest op de Sabbat (Joodse rustdag). Het is een geweldig wonder dat de man weer kan lopen, maar de Joden winden zich er vreselijk over op dat dit op de Sabbat gebeurt was. En dit feit gooien ze Jezus dan ook voor de voeten. Jezus antwoord hun dan met de woorden “Mijn Vader werkt tot nu toe en ik werk ook”. Na deze uitspraak trachtten de Joden hem wederom van kant te maken omdat “Hij niet alleen de Sabbat schond, maar ook God zijn eigen Vader noemde en zich dus met God gelijkstelde”.

Ook presenteerde Jezus zich telkens als object van geloof door te zeggen “geloof in Mij”. Overal stelt Hij dat geloven in Hem gelijk staat aan geloven in God en dat het verwerpen van Hem gelijk staat aan het verwerpen van God. Zo zegt Hij bijvoorbeeld “wie in Mij gelooft, gelooft in de Vader die mij gezonden heeft” en ergens anders: “zalig bent u als de mensen u lasteren en vervolgen om Mijnentwil”. Een normale rabbi zou zeggen “zalig bent u wanneer men u smaadt en vervolgt ter wille van God”. Alleen Jezus kan het eerste zeggen, omdat hij gelijk aan God is.

Voor de joden van zijn tijd was het volkomen duidelijk dat Jezus zich door zijn woorden gelijk aan God stelde. Maar hij liet het ook zien door mensen hun zonden te vergeven die ze aan God hadden gedaan, daarover gaat het in het volgende gedeelte

DELEN
Vorig artikelHij werd verwacht
Volgend artikelHij vergaf zonden

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here