moderne batavieren

0
371

Wij kunnen er ons geen voorstelling van maken hoe ons land eruit zag ten dage dat Jezus werd geboren in Bethelehem. wij waren de Batavieren van het jaar nul en liepen in lompen en dierenvellen. Onze voorouders leefden in duisternis, bijgeloof en absolute onwetendheid.

Enorme wouden strekten zich uit over heel het noordelijk halfrond. De noordelijke delen van Duitsland, Scandinavië en Rusland waren volkomen onbewoond en ongerept. Onze voorouders kwamen vanuit het oosten, langs de Rijn, naar de meer westelijke gebieden en vestigden zich in Nederland, dat toen nog niet zo heette. Ze verbouwden eenvoudige voedselproducten en baden tot de germaanse goden; Wodan en Donar waren de belangrijksten. Ze werden beheerst door angsten voor de geestenwereld en de onbekende machten van de duisternis, die regeerden in de lage landen. Wat ze allemaal beleefden weten we niet, omdat er niemand was in deze gebieden, die de dingen heeft opgeschreven.

In het Midden-Oosten werd wel geschiedenis geschreven. Grote beschavingen en weelderige koninkrijken waren elkaar opgevolgd. Machtige farao’s hadden in Egypte geregeerd. Hun geleerden beheersten de wiskunde en bouwden de wereldberoemde pyramides. Farao’s werden ook weer door vijandige legers bestreden. Ruim vierhonderd jaar hadden deze farao’s de Israëlieten als slaven misbruikt en onderdrukt. Het volkje der Israëlieten groeide echter, tegen de verdrukking in, uit tot een groot volk. De dagen zouden aanbreken, dat Egyptische farao’s dat vreemde volk binnen het eigen volk niet meer zouden kunnen beheersen. Dus werd gedacht aan uitroeiing. De jongetjes van dat volk moesten in de Nijl worden verdronken. En aldus geschiedde en het werd opgetekend. Spoedig was de maat vol. Israël werd op wonderlijke wijze uitgeleid uit de slavernij. Een heel volk trok weg in oostelijke richting, de woestijn in, op weg naar een nieuw land: Kanaän.

Terwijl dit gebeurde wisten onze voorouders, de Batavieren van de lage landen, daar absoluut niets van. Zij leefden in dierenvellen en plaggenhutten. Onwetend en angstig voor de machten en de goden van die dagen.

Maar dit volk der Israëlieten droeg een geheim met zich mee, dat andere volken niet kenden. De naam van hun God was anders dan de namen van de goden van Egypte of andere volkeren en stammen. Zij hadden de naam van hun God van vader op zoon overgeleverd gekregen. Zij hoorden van hun vaders en moeders hoe God zich had bekend gemaakt, eerst aan Abraham, toen aan zijn zoon Izaäk en daarna aan diens zoon Jacob. De naam van de God van Abraham, Izaäk en Jacob was El Shaddai – God de Almachtige. Hij had gesproken tot Abraham en hem toen deze naam bekend gemaakt. En alles werd opgeschreven. Talen van die tijd, bekend uit de archeologie, kunnen door deskundigen worden gelezen als was het een taal van vandaag. Het ‘oegarit’, het ‘akkadisch’ en ‘soemerisch’ op kleitabletten en in spijkerschrift geschreven, stammend uit de tijd van Abraham en daarvóór, behoren tot de bekendste.

Toen de Israëlieten uit Egypte wegtrokken stond Mozes aan het hoofd. Hij had wonderen en tekenen gedaan in het land en de troon van de machtige Farao sidderde op zijn grondvesten. Eeuwen lang hadden ze geleden onder hardvochtige slavernij en nu waren ze vrij. In de zwerftocht van de tientallen jaren die volgden maakten ze wonderen mee, die hun weerga in de geschiedenis niet kenden. Ze hadden dagelijks te drinken in de woestijn, terwijl er normaal geen water was. Ze hadden voldoende te eten, terwijl er geen landbouw werd beoefend. Ze kregen heel bijzondere dingen, o.a. de Tien Geboden, op stenen tafelen uitgehouwen, die na al die eeuwen als de Gouden Regels over de hele wereld en in alle culturen tot op vandaag bekend zijn.

Er staat een fruitkraampje. Prachtige grote trossen druiven, perzikken, pruimen, abrikozen, dadels, bananen en nog veel meer ligt er opgetast. De koopman achter zijn kraam is maar in één ding geinteresseerd: zijn fruit verkopen. Achter hem loopt een hek en dáárachter ligt een heuvel. Droog en van klei-achtig zand, bruin-grijs van kleur. Twee kleine jongetjes spelen er op hun fietsjes en racen achter elkaar aan. Een beetje verderop spelen nog meer kinderen en er wordt gevoetbald. Om die bruin-grijze heuvel staat een hek. Wat betekent dat? Iedere gids zal desgevraagd zeggen: Dit is de puinheuvel van het oude Jericho.

Dáár marcheerde Israël om de muren van de versterkte stad, die de zevende dag ineenstortten. Dat was het Jericho van de bijbelse geschiedenis. Niemand lijkt er acht op te slaan. De mensen, die er wonen en werken, de koopman achter zijn fruitkraampje en de spelende kinderen, niemand lijkt zich bewust van de eeuwen van geschiedenis, die zich hier manifesteren in een heuvel van klei-achtig zand. Daar vielen de muren van Jericho – 1400 jaar voor de geboorte van Jezus in Bethlehem – en daar begon de wonderlijke intocht in Kanaän. Daar werden volkeren verdreven, die hun eigen kinderen offerden aan het vuur van de goden der vruchtbaarheid, de Baäl, de Astarte, de Moloch.

Eeuwenlang woonde Israël in Kanaän, werd eruit verdreven naar het machtige rijk van Babylon (ca. 600 v. Chr.) en keerde gedeeltelijk terug onder Ezra en Nehemia en men herbouwde het verwoeste Jeruzalem (ca. 445 v. Chr.). Wereldrijken volgden elkaar op, na Babylon kwamen de Perzen en na de Perzen de Grieken van Alexander de Grote. Na de Grieken kwamen de Romeinen, het vierde wereldrijk, beschreven in de droomuitleg van Daniël. (zie droom)

Tijdens de wrede heerschappij der Romeinen – wier rijk ook het land Kanaän omvatte – brak een licht in de duisternis door, die heel de wereld zou veranderen. Onze jaartelling is er mee begonnen. De geboorte van Jezus Christus. Een ster scheen boven Bethlehem. Waarzeggers uit verder gelegen oostelijke gebieden kwamen zien wat er was gebeurd en wie de Koningszoon was, die door deze wonderlijke ster werd aangekondigd.

Alles werd opgetekend in de boeken. Maar onze voorouders – de Batavieren der lage landen – wisten van niets. Zij leefden in hun eigen kleine wereldje en waren onwetend van de wereld-veranderende dingen die er toen gebeurden.

Is het nu veel anders? Leeft onze generatie niet nog steeds in haar eigen kleine wereldje, onwetend van de grote dingen die er in onze tijd gebeuren? Opnieuw staan enorme profetische gebeurtenissen te gebeuren. Israël en het Midden-Oosten zijn opnieuw brandpunt in het wereldgebeuren. Landen in het Midden-Oosten bewapenen zich tot de tanden met moderne raketten en wapens voor massa-vernietiging. Vijftig jaar na Auschwitz is er nog niets veranderd. Nu zijn het geen Duitse, maar Arabische kinderen die leren dat Joden geen mensen zijn, maar dat ze als ongedierte dienen te worden uitgeroeid.

Alles staat in de Bijbel beschreven als dingen die in ‘de laatste dagen’ zouden geschieden. We zien het in het nieuws, het is tevoren opgeschreven en toch gaat het aan de meeste mensen volkomen voorbij. Net als toen. De moderne mens in onze lage landen leeft bij de geesten van waarzeggerij, reïncarnatie, sterrenbeelden e.d.; in diezelfde duisternis van toen, terwijl het licht is opgegaan.

Wie het leest geve er acht op. Jezus Christus is komende, zoals aangekondigd in de Profetische boeken van de Bijbel. Het zijn de voorzegde tekenen der tijden die zijn komst zo duidelijk markeren.

DELEN
Vorig artikelFrankenstein
Volgend artikelnormen en waarden

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here