God de schuldige?

0
473

Hoewel de mens zich in het algemeen om God niet bekommert en niet geïnteresseerd is in de mening van de Allerhoogste over de gang van zaken op aarde, is hij er merkwaardig genoeg als de kippen bij om Hem als de schuldige aan te wijzen als er iets heel erg mis gaat.

Waar was God toen dit of dat gebeurde…
Had Hij niet kunnen voorkomen dat…
Als God liefde is…

Iemand moet toch aansprakelijk zijn voor alle ellende. Wie zou dat anders kunnen zijn dan Hij, van wie beweerd wordt dat Hij alle macht heeft in de hemel en op aarde? Dat de oorzaak bij hemzelf zou kunnen liggen, is voor de mens een verwerpelijke gedachte.

NAAR GODS BEELD

Maar God schiep de mens naar zijn beeld. Hij schonk hem een eigen verantwoordelijkheid. Een kostelijk schepsel dat Hij het rentmeesterschap toevertrouwde over al het andere geschapene op aarde. Adam was een volmaakt mens die bij zichzelf kon overleggen en in staat was om namen te geven aan elk ander levend wezen.

Adam, zoon van God, zo lezen we in het geslachtsregister van de Here Jezus, Lucas 3:38. Om eeuwigdurend in volmaakte harmonie met zijn Vader te verkeren werd van Adam slechts één ding gevraagd: volkomen gehoorzaamheid.

Dat vraagt vertrouwen. Geloof dat God goed is en uitsluitend het goede met je voor heeft. Heel de hof, waarin de Here Adam geplaatst had, getuigde daarvan en de opdracht was om dat zo te houden. Dat moest dus naar onze begrippen niet moeilijk zijn. Dat het onder zulke ideale omstandigheden toch fout kon gaan, kunnen we ons eigenlijk niet voorstellen. Zijn het de omstandigheden dan niet die alles bepalen?

NIET DE OMSTANDIGHEDEN

Nee, het zijn niet de omstandigheden die alles bepalen. Dat hebben wij mensen ervan gemaakt omdat dat ons het beste uitkomt en ons zou ontslaan van de eigen verantwoordelijkheid. Alles bepalend is het besef van onze afhankelijkheid van God, tegenover Wie wij ons te verantwoorden hebben. Zijn gebod moet de absolute maatstaf van ons denken en handelen zijn. Omdat er in de loop van de geschiedenis zoveel tirannen zijn geweest, die zulk een gezag voor zich hebben opgeëist en daar afschuwelijk misbruik van hebben gemaakt, roept die gedachte weerstand op.

Onvoorwaardelijke gehoorzaamheid kan alleen maar aantrekkelijk zijn, als die gevraagd wordt door de goedheid zelf. En dat is God. Adam had zijn omgeving en alle omstandigheden mee om de boze te kunnen weerstaan en de hof tegen de inbreker te beschermen. Hij was ook niet argeloos en onbeschermd tegen de aanval; hij was gewaarschuwd van welke kant het gevaar dreigde. Adam hóefde niet te zondigen, hij dééd het.

ONZE EIGEN WIL

God heeft de mens geschapen met een eigen wil. Minder vrij dan de zogenaamde autonome mens zich inbeeldt. Maar veel vrijer dan de mens lief is, die er voordeel in ziet zich aan eigen verantwoordelijkheid te onttrekken. Binnen de allesomvattende wil van God had Adam een kader waarbinnen hij vrij was om te kiezen. Hij ging daarbuiten en werd ter verantwoording geroepen, maar kon niet meer geloven dat God alleen maar het goede met hem voor had en probeerde zich daarom te verbergen.

De ellendige toestand waarin de wereld zich bevindt heeft de mens aan zichzelf te danken. Wie enige kennis van zijn eigen hart heeft, weet dat hij Adam niets te verwijten heeft. Wie in de veronderstelling verkeert dat hij in de plaats van Adam de zonde niet begaan zou hebben, maar de Here trouw zou zijn gebleven, kan onmiddellijk de proef op de som nemen en van dit ogenblik af besluiten als een volmaakt mens in volkomen gehoorzaamheid aan God te gaan leven. Hij zal direct ervaren dat het niet lukt.

LOS VAN GOD GEEN HOOP

Wie de bijbelse gegevens betreffende de zondeval naar het rijk der fabelen verwijst, zou zich voor de vraag gesteld moeten zien wat dan wél de oorzaak zou kunnen zijn van de hopeloze toestand waarin de mensheid is komen te verkeren.

Wetenschap en techniek zijn naar een toppunt gestegen, maar hebben beslist geen uitzicht op een hoopvolle toekomst geopend. In moreel opzicht is het in de paar duizend jaar dat we in de geschiedenis terug kunnen kijken zelfs van kwaad tot erger gegaan. Vanwaar toch die noodlottige ontwikkeling? Alleen de Bijbel geeft ons er een verklaring voor.

God is goed. Buiten Hem is er geen goed. Los van God kan de mens slechts het kwade voortbrengen. Adam heeft daar als eerste mens het bewijs van geleverd.

De praktijk bevestigt dat. Alle pogingen om de aarde beter te maken dan God hem heeft geschapen, zijn op niets uitgelopen. Het tegenovergestelde moeten we constateren. De mogelijkheden om de gehele wereld te vernietigen zijn alleen maar toegenomen. De angst dat dit nog eens gebeuren zal eveneens. De milieuvervuiling heeft zich bij de zondeval ingezet en is sindsdien niet meer te stoppen. De mens gedraagt zich wreder en gewelddadiger dan ooit. De aarde warmt op, de bodem verzakt, het poolijs smelt, de ozonlaag is aangetast, de aarde beeft. Er vinden rampen plaats die het gevolg zijn van menselijk (mis)handelen.

TERUG NAAR GEHOORZAAMHEID

Dezelfde Bijbel die ons vertelt wat de oorzaak is van alle verdriet en rampspoed die de mensheid over zich heeft gehaald, wijst ons gelukkig ook de enige weg tot herstel van de relatie. Er is een mogelijkheid om vergeving te vinden en ons met God te laten verzoenen. Die weg is niet vanuit de mens bedacht en zou ook nooit in het mensenhart zijn opgekomen. Het initiatief is van God uitgegaan. Het onvoorstelbare is gebeurd: Hij heeft de schuld op zich genomen. Daarvoor is Hij mens geworden, om te kunnen lijden en sterven in onze plaats en zo de straf op de zonde voor ons te dragen.

Het bloed van Jezus Christus, Gods Zoon, reinigt ons van álle zonde. In de Bijbel wordt Hij ook wel genoemd: de laatste Adam, I Cor. 15:45. De apostel Paulus spreekt over Hem als de levendmakende Geest.

In Christus heeft God ons getoond dat de oorzaak van de zondeval zeker niet een fout is geweest in Zijn schepping van de mens, maar lag in het niet gehoorzamen van Zijn gebod. Adam had de vrijheid om ongehoorzaam te zijn. Hij steunde op eigen inzicht en veroorzaakte een kosmische ramp. Christus koos voor de absolute gehoorzaamheid aan de Vader, terwijl Hij ons daarbij betrok. Een heerlijke verhoring van het gebed van Job! Hoofdstuk 9:34-35: “Was er maar een scheidsrechter tussen ons, die zijn hand op ons beiden zou kunnen leggen, zodat Hij zijn roede van mij zou wegnemen en zijn verschrikking mij niet zou overvallen…”

NIET MIJN WIL MAAR UW WIL

Dat is gebeurd. De Here Jezus heeft in zijn lijden en sterven zowel de Vader als ons vastgehouden en zo weer bij elkaar gebracht! God was in Christus de wereld met Zichzelf verzoenende.

Op de heuvel Golgotha, aan het ruwhouten kruis, in de brandhaard Israël, werd de smeekbede van de wanhopige Job op adembenemende wijze verhoord! “Stel U zelf als mijn borg bij U; wie anders zal voor mij handslag geven?” (Job 17:3) En God heeft het gedaan! Niet omdat Job het zo dringend vroeg, maar omdat Hij zo is!

‘God, onze Heiland, die wil, dat alle mensen behouden worden en tot erkentenis der waarheid komen.’ (I Tim. 2:4) Welk een genade voor Job. En voor mij! En voor ú die dit leest.

Omdat Christus in uiterste verzoeking bad: “Vader, indien Gij wilt, neem deze beker van Mij weg; doch niet mijn wil, maar de uwe geschiede!”

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here