eens begint het einde

0
137

In zijn rede tot de discipelen, die Hij hield op de Olijfberg, de plaats waar Hij later werd opgenomen in de hemel en waar Hij eens zal neerdalen op gelijke wijze als men Hem heeft zien opvaren, sprak de Here op een manier die we ook bij de profeten tegenkomen.

Het wordt wel vergeleken met het uitzicht over een berglandschap. De bergen zijn allemaal te zien. Maar de ene berg is binnen enkele uren lopen te bereiken, terwijl een andere enkele dagreizen verder weg ligt.

De Here Jezus Christus vertelt over dingen die op aarde gaan gebeuren. Hij spreekt over de toekomst. Maar de gebeurtenissen die Hij aankondigt, vinden niet allemaal gelijktijdig plaats. Tussen sommige van die gebeurtenissen ligt zelfs een tijdsbestek van een paar duizend jaar. Zo voorzegt Hij de verwoesting van Jeruzalem die, naar onze jaartelling, in het jaar 70 plaatsvond en heeft Hij het ook over Zijn wederkomst die nu, bijna tweeduizend jaar later, nog komen moet. Het is in korte, krachtige lijnen als het ware een ruwe schets van de wereldgeschiedenis die de Here zijn discipelen geeft. Details worden hen onthouden. Het is de bedoeling dat ze de grote lijn zullen vasthouden. En datzelfde geldt voor ons. We moeten de tijd verstaan, maar op sommige vragen die daarbij opkomen, krijgen we doodeenvoudig geen antwoord.

Een voorbeeld? Tussen zijn opstanding en hemelvaart heeft de Here Jezus veertig dagen lang de discipelen onderwezen over het Koninkrijk Gods. Dat dit Koninkrijk komt en dat Israël daar alles mee te maken zal hebben, staat voor hen dan ook vast. Maar het is ze niet duidelijk wanneer dit Koninkrijk voor Israël hersteld gaat worden. Dát zouden ze óók graag willen weten. (Handelingen 1:6). Het wordt ze echter niet verteld. We denken misschien dat de discipelen toen een beetje achterlijk waren en verschrikkelijk hardleers. Zij wisten echter na die veertig dagen onderwijs heel goed waar zij over spraken. Alleen wilden ze graag nog wat aanvullende informatie.

Het antwoord dat de Heiland gaf, heb ik vaak zo horen interpreteren als zou Hij de apostelen verweten hebben dat ze zelfs ná zijn opstanding nog niets geleerd hadden. Maar wie gewoon leest wat er staat, zal zien dat de Here hen niet verwijt dat ze nog steeds in de komst van een aards Koninkrijk der hemelen geloven, maar alleen zegt dat het ze niet toekomt de tijden en gelegenheden te weten, die de Vader aan Zichzelf heeft gehouden. In plaats van een verwijt als zouden ze iets verkeerd begrepen hebben, klinkt hier juist een bevestiging van het tegenovergestelde. Ze mogen geloven dat het komt, maar ze hoeven niet te weten wannéér.

De Here Jezus spreekt over de belegering en verwoesting van Jeruzalem, maar in één adem ook over de grote verdrukking die komen zal. Hoe verwoestend de oorlog in het jaar 70 ook voor het Joodse volk is geweest, de verschrikkingen tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben die nog ver overtroffen. De grote verdrukking, waarover de Here sprak, kan dus nooit in het jaar 70 hebben plaatsgevonden, eenvoudig omdat dat wat er na kwam nog veel erger was. Naar men vermoed hebben de eerste christenen de woorden van de Here Jezus Christus heel letterlijk genomen. Toen de grote opstand uitbrak en de Romeinen tegen Jeruzalem optrokken om de stad te belegeren heeft de christengemeente waarschijnlijk bijtijds de stad verlaten. Volgens Lucas 21 heeft Hij gezegd dat als men Jeruzalem omsingeld zou zien door legers, haar verwoesting nabij is en dat men dan naar de bergen in Judea moest vluchten. Dat alles is omstreeks het jaar 70 geschied.

Wanneer we echter het boek van de profeet Zacharia bestuderen, dringt de gedachte zich op dat een dergelijke belegering zich in de eindtijd zal herhalen. Maar dan zal God Zijn volk Israël en Zijn stad Jeruzalem redden en verlossen van de wereldmachten en voorgoed afrekenen met Zijn vijanden. Lees dat boek aandachtig, en vooral de hoofdstukken 10 tot en met 14. Aan de gehele context kunt u zien dat het slaat op de tijd van het einde. Alle volken zullen Hem dan leren kennen als rechter. Dat zal met vreselijke oordelen gepaard gaan.

EÉNWORDING

Op grond van vele profetieën, onder andere van Daniël en de apostel Johannes, kunnen we een herstel van een wereldrijk verwachten dat er eens geweest is en aan het eind van de geschiedenis weer gestalte zal krijgen. Een geweldig machtsblok. Gesproken wordt over de heerschappij van een beest. Niet vanwege een afschuwelijk uiterlijk, het zal eerder van grote schoonheid en aantrekkingskracht zijn, maar vanwege de ideologie. Antichrist en valse profeet worden daarbij genoemd. In onze tijd van ten toppunt gestegen wetenschap en techniek, zien we een maatschappij vorm krijgen die ons met argwaan moet vervullen. De ontwikkeling van een ‘nieuw’ Europa. De éénwording die wel in een stroomversnelling schijnt te zijn geraakt, doet ons denken aan het oude Romeinse rijk. Hard als ijzer, bros als leem.

Het doet er aan denken, maar er is in elk geval één groot verschil! Het Europa waarmee de politici op het ogenblik zo druk bezig zijn en waar Wim Kok van zegt te dromen, is het geloof in God voorbij! De Schrift zegt dat het daarom zal uitlopen op een nachtmerrie voor de wereld. Zoals eens voor de belegering en ondergang van Jeruzalem, dienen ook nu de tekenen zich aan. Er gebeuren dingen die als aankondigingen van oordelen zouden moeten worden onderkend, ware het niet dat de postmoderne mens daarin niet gelooft en geen enkele verklaring accepteert dan die van de eigen rede. Gekke koeien, gekke kippen, gekke mensen, varkenspest en aids. Begin der weeën! Wie gelooft dat? De wereld zal er om lachen. Maar ú, wat denkt ú er van?

“Als nu deze dingen beginnen te geschieden, zo ziet omhoog en heft uw hoofden opwaarts, omdat uw verlossing nabij is” (Lucas 21:28).

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here