wie dorst heeft komt en drinkt van het levende water

0
134

Jezus antwoordde: “Wie van het water uit deze put drinkt, krijgt weer dorst. Maar wie van het water drinkt dat Ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Dat water zal in hem als een fontein worden, waaruit eeuwig leven voortkomt.” De vrouw zei: “Here, geef mij van dat water, dan zal ik nooit meer dorst krijgen en hier geen water meer hoeven te putten”.

Wat een wanhoopskreet: God help!! Veel mensen hebben in hun leven geen hoop. Veel mensen zijn zoekende, leven in een stuk wanhoop

Om die reden is onze jeugd afgelopen zomer naar Praag geweest om daar aan mensen op straat te vertellen dat er in je wanhoop een hoop is: Jezus Christus. En met succes. Ze hebben daar het evangelie mogen brengen. Ze hebben daar de liefde van God mogen laten zien aan mensen. Er zijn ruim honderd mensen tot geloof gekomen, die ervoor gekozen hebben om een volgeling van Jezus te worden.

Jezus zelf bracht ook deze hoop bij mensen. Dat was zijn grote passie, zijn verlangen om mensen die hopeloos waren weer hoop te geven. Op een keer was Hij op weg van Judea naar Galilea. De kortste weg is dan door Samaria. Dat is niet een weg die je als Jood vanzelfsprekend ingaat, omdat Joden en Samaritanen over het algemeen in vijandschap met elkaar leefden in die tijd. Na een tocht was Jezus wat vermoeid en dorstig. Hij ging zitten bij een bron. Er kwam een vrouw aan met een kruik. Zij kwam op het heetste tijdstip van de dag. Leeg is zo’n kruik al zwaar, laat staan dat je die kruik vult met water en daar weer mee naar huis moet. Het feit dat deze vrouw op het heetste tijdstip van de dag kwam, zegt iets over deze vrouw. Later blijkt dat ze een immorele leven had. Ze was een out-cast. Ze werd niet geaccepteerd door haar volk, door haar mensen. Normaal gesproken put je water in de ochtend of in de avond, maar niet op het heetste tijdstip van de dag.

Jezus spreekt deze vrouw toe en begint een normaal gesprek met haar. Maar in haar ogen ziet Hij dorst. Hij ziet dat deze vrouw verlangt naar iets in haar leven wat ze waarschijnlijk zelf niet eens weet. Hij doorbreekt een aantal barrières op dat moment: Hij spreekt een Samaritaan aan, ook nog eens een vrouw -in die cultuur was het niet normaal dat een man een vrouw aansprak – en ze was ook nog eens een immorele vrouw. Dat is de houding, het karakter van Jezus. Hij is later veel beschuldigd van het feit dat Hij met dit soort mensen omging. Op een bepaald moment wordt er van Hem gezegd: Hij is een vriend van tollenaars, van slechte mensen en hoeren. Tollenaar is een begrip wat wij niet zo goed meer kennen, maar je zou het kunnen vergelijken met collaborateurs; mensen die in de oorlog met de vijand samenwerken. Deze mensen hadden maffia-achtige praktijken, die persten hun eigen volk af om daar zelf beter van te worden. Jezus heeft nooit ontkent dat Hij met deze mensen omging. Hij zocht juist deze mensen op. Hij had oprecht belangstelling voor hen. Hij zag hun hopeloosheid en wilde hoop in hun leven geven. Jezus wil de mensen thuisbrengen bij zijn Vader. Dat doet Hij niet door tegen ze te preken of ze te veroordelen, nee, dat doet Hij door ze lief te hebben. Hij zei niet tegen deze Samaritaanse vrouw: Jonge dame, begrijp je wel dat je iets zeer immoreels doet door met een man samen te leven die niet je echtgenoot is! Hij zei in feite: Ik merk dat je grote dorst hebt. Vervolgens vertelt Jezus haar dat het water dat ze nu dronk haar dorst nooit volkomen zou kunnen lessen. Hij zei: Ik heb een water te drinken wat je dorst voor altijd zal lessen.

Wat een houding. Wat een verschil met de discipelen en de volgelingen van Jezus. Want toen die ook bij die bron kwamen en deze vrouw zagen, zegt onze vertaling dat ze zich afvroegen waarom Jezus met een vrouw sprak. Ze waren verwonderd. Dat deed je niet. De engelse vertaling zegt: op dat moment kwamen de discipelen terug en waren geshockeerd. Ze konden niet geloven dat Jezus met zo’n vrouw sprak. Niemand zei wat hij dacht, maar hun gezichten spraken boekdelen. De vrouw begreep de hint en vertrok. In haar verwarring vergat ze de kruik met water. De volgelingen van Jezus veroordeelden en verwierpen haar. Misschien heeft u thuis ook wel zoiets meegemaakt. Dat volgelingen van Jezus, christenen, u veroordeelden of dat de kerk u veroordeelde. Maar dat is niet het hart, het wezen van Jezus. Jezus zoekt mensen op. Als Jezus mensen ontmoet die verkeerde dingen in hun leven doen, dan kijkt Hij op een andere manier dan wij dat doen. De priester Henri Nouwen had eens verschillende centra in Sant Francisco bezocht waar aids-patiënten werden verpleegd. Hij was diep ontroerd vanwege hun verhalen. Hij zei het volgende: Ze verlangen zo hevig naar liefde dat het hen letterlijk doodt. Hij zag hen als dorstige mensen die naar het verkeerde soort water smachten.

Misschien zit u ook wel met een enorme dorst. En u heeft geprobeerd uw dorst op allerlei manier te lessen. Jezus kijkt op dit moment naar u met ogen van liefde en aanvaarding en wil tegen u zeggen, duidelijk maken: Ik kan elke dorst in jouw leven lessen. Daar is Jezus voor gekomen. Dit hebben we ook kunnen zien in het dramastuk. De vader en de zoon hadden beiden een dorst die niet te vullen was door alcohol. Er was een schreeuw naar een andere drank. Ik heb die schreeuw ook in mijn leven gekend. Ik ben opgevoed in een liefdevol gezin. Een niet- christelijk gezin. En toch ben ik opgevoed met hele goede normen en waarden, met heel veel liefde. Maar op een bepaald moment in mijn leven ging ik op zoek. Ik merkte dat er een dorst in mij was. Ik heb geprobeerd om allerlei dranken te drinken. Ik heb geprobeerd om allerlei kruiken uit te proberen. Ik heb een kruik genomen van filosofieën, ik heb geloofd in het extentionalisme; Jan Paul Sartre. Ik heb ervan gedronken, maar het leste niet een bepaalde dorst in mij. Ik heb het in mijn vrienden gezocht. Ik dacht: als ik nou heel veel vrienden heb, zullen die vrienden mijn dorst wel lessen, maar ook dat hielp niet echt. Ik heb het ook gezocht in relaties met vrouwen, een stuk immoraliteit. Ook daar heb ik een grote kruik van gedronken. Maar ook dat hielp niet. Ik heb het met alcohol geprobeerd. Maar niets in mijn leven vulde die leegte die in mij was.

Tot ik op een bepaald moment een jonge vrouw ontmoette. Ik heb een afspraak met haar gemaakt en we wandelden langs het water, langs het strand. Ik was smoorverliefd op haar en zij absoluut niet op mij. Dat kan. Wel frustrerend, maar het kan. Terwijl we langs de zee wandelden met elkaar, er was keurig een meter tussen ons in, stopten we. Deze vrouw keek naar de zee en was onder de indruk en zei: Wat heeft God de zee mooi geschapen. Ik deed een stap opzij en zei: Val dood, je gelooft toch niet. Religie had voor mij afgedaan. Ik had me ook nooit verdiept in religie. Een aantal maanden ervoor had een patiënt van mij, ik was fysiotherapeut in een ziekenhuis, ook geprobeerd met mij over God te praten. Deze vrouw zat in een rolstoel, had multiple-sclerose, en ik weet nog goed hoe mijn reactie was. Ik keek haar aan en ik zei: Nou, een mooie God is dat die u in een rolstoel neerzet. Daar zou ik niet in willen geloven. Op die manier dacht ik over geloof en religie. Deze vrouw werd op een bepaald moment overgeplaatst naar een verpleeghuis. Ze gaf mij toen een cadeautje. Ze zei dat ik het thuis moest uitpakken. Toen ik thuis kwam en het cadeautje opmaakte zat er een bijbel in, een hele grote bijbel. Ik had wel eens een bijbel gezien, maar had er nog nooit in gelezen, ik was 25 jaar. Ik begon wat te lezen en dacht letterlijk: wat een onzin. Toen gooide ik die bijbel in een hoek van de kamer waar ik woonde en het belande ergens naast de boekenkast. Ik dacht: nou daar ligt het goed, ik heb dat boek niet nodig.

Even terug naar het strand. Ik liep daar met dat meisje, die jonge vrouw. We hebben drie weken lang bijna elke avond met elkaar gewandeld. Ik had maar één doel: ik wilde haar van haar geloof afbrengen, want ik wilde haar wel, maar niet dat geloof wat ze aanhing. Dus heb ik vreselijk mijn best gedaan; gediscussieerd, van alles, maar het lukte me niet. Ongeveer na drie weken zaten we op een bepaald moment op een pier die uitmond in de zee. We zaten daar voor de kabbelende golfjes naast elkaar, keurig een meter ertussen. We zitten daar en opeens kijkt ze me aan en zegt: Jan, – en ik kreeg kriebels in m’n buik en dacht: nu gaat het misschien komen – ieder mens heeft een leegte in zijn leven, die heeft God daar ingelegd. En je kunt proberen die leegte op te vullen door allerlei dingen: door filosofieën, door te drinken, door vrouwen, door carrière. Maar die leegte zal altijd blijven. Er is maar één iemand die die leegte kan opvullen: Jezus Christus. Ik duwde haar van mij af en dacht: het is over. Dit wil ik niet, dit wordt me te eng. Ik heb haar teruggebracht naar haar huis en dacht: ik moet maar een knopje omdraaien en mijn verliefdheid even uitschakelen.

Ik ging naar huis, het was een uur of half elf ’s avonds, ik ging naar bed toe. Ik lag in bed en voelde opnieuw die leegte die ik zovaak in mijn leven had. Ik voelde eenzaamheid en angst. Meestal stapte ik mijn bed uit, ging naar beneden en pakte een flesje wijn, dronk het op en ging naar de stad om op die manier die leegte op te vullen. Maar op dat moment, ik stond naast mijn bed – ik weet de datum en het tijdstip nog: 22 augustus 1979 om elf uur ’s avonds – op het punt om naar beneden te gaan, maar bleef aan de grond genageld staan. Ik hoorde opnieuw de stem van die jonge vrouw die tegen me sprak en tegen me zei: Je hebt een leegte in je leven, alleen Jezus kan die leegte opvullen. Op dat moment ben ik op mijn knieën neergevallen. Ik wist niet eens wat mij overkwam. Ik had nog nooit iemand horen bidden of zelf gebeden. Terwijl ik op mijn knieën lag heb ik het uitgeschreeuwd. Net als de jongen in het dramastuk. Ik heb het uitgeschreewd: Help!! Als er een God bestaat, help, dan heb ik U nodig!! Ik heb geen lichtflits gezien, geen verschijning, maar er kwam een diepe vrede, een diepe rust in mijn hart. Een onbegrijpelijk iets. Ik stond op en ging naar beneden toe en wandelde gelijk naar die hoek van de kamer waar die bijbel nog lag. Die lag er al een paar maanden met een laagje stof erop. Ik pakte die bijbel op, sloeg het stof eraf – was niet zo netjes in die tijd – sloeg hem open en begon te lezen, en te lezen en te lezen…. Ik kreeg tranen in mijn ogen. Ik had de Schrijver, de Auteur van het boek ontmoet. Het was een geweldige ervaring. Ik heb urenlang zitten lezen.

De volgende dag, ik vergeet het nooit meer, ik dacht: ik moet het aan dat meisje vertellen. Ze werkte net als mij in het ziekenhuis. Ik ging erheen en ontmoette haar vóór het ziekenhuis, zij naar haar werk, ik naar mijn werk. Heel toevallig. Ik stond daar om haar iets te vertellen wat mij overkomen was, maar ik wist niet wat me overkomen was. Ik was niet christelijk opgevoed, dus woorden als: gewassen in het bloed van Jezus, wederomgeboorte en bekering, die terminologie kende ik niet. Maar, er was wel wat met me gebeurd. Ik probeerde het uit te drukken en stond eigenlijk een beetje stuntelig voor haar en zei: Er is gisteravond wat met me gebeurt. Ze zei: Nouja, wat? Ik zei: Ik weet het eigenlijk niet. Toen zei ik: Ik ben weer maagd geworden. Toen keek ze me aan en zei: Je bent bekeerd! Ik zei: Nou, dat zal wel. Op dat moment vielen de luikjes van haar ogen en werd ze smoorverliefd op mij. Logisch natuurlijk. En we zijn vier en halve maand later met elkaar getrouwd.

Maar ik had ontdekt dat alleen Jezus je dorst kan lessen. Jezus zegt: Wie het water drinkt dat ik hem geef, zal nooit meer dorst hebben. Het water dat Ik hem geef zal een bron in hem worden waaruit water opborrelt dat eeuwig leven geeft. Die dorst wordt niet gelesd door religie, zelfs niet door christelijke religie. Het gaan naar een kerk of het lezen van je bijbel kan die dorst niet lessen. Jezus zelf zegt in Johannes 5: U onderzoekt de schrift opdat u daarin eeuwig leven denkt te vinden, maar die schrift, zegt Hij, getuigt van Mij. En toch wilt ge niet bij Mij komen om leven te vinden. Je kunt je levenlang naar de kerk gaan en toch dorst blijven hebben. Die dorst wordt alleen gelesd door een persoonlijke relatie met Jezus Christus. Veel mensen weten iets over God, sommigen weten heel veel over God. Er zijn zelfs theologen die boeken over God schrijven, hele ingewikkelde diepgravende boeken. Maar het zegt me helemaal niets, kennen ze God werkelijk? Daar gaat het om. Met kennen bedoel ik: een intieme relatie hebben. Ik bedoel: ik ken Harmen Siezen ook en Mart Smeets en dat soort mensen van de televisie. Die ken ik wel, ik zie ze heel vaak. Ik heb ook informatie over ze als ik Story of Privé lees. Maar ken ik ze ook werkelijk, heb ik ze in de ogen gekeken, heb ik ze ontmoet? Want zo’n relatie wil God met ons. Je kunt oprecht als een goed christen leven, je kunt zelfs leider van een kerk zijn, je kunt onderwijs geven en toch geen intieme relatie met God hebben. Ik geloof dat je zelfs kunt bidden, zonder intimiteit. Jij geeft informatie aan God en je vraagt informatie aan Hem, maar dit spreekt nog niet over een intieme relatie.

In de bijbel zien we verschillende namen voor God. Eén van de mooiste namen, elk naam drukt een karakter, een wezen van God uit, is: God de Almachtige. In het Hebreeuws staat daar: El Shaddai. Dat betekent in diepste zin: de Algenoegzame. Dat is een beetje een moeilijk woord. Maar dat betekent: de God die meer dan genoeg is. En Shaddai is afgeleid van het woord Shad en dat betekent: moederborst. Aan de borst van een moeder ervaart een kind veiligheid en geborgenheid, warmte, liefde, krijgt daar voeding. God zegt in die naam eigenlijk: Ik ben de God die in staat is om jou liefde, warmte, geborgenheid en veiligheid te geven. Ik ben de God die in staat is om je alles te geven wat je nodig hebt. U heeft misschien dorst. U heeft op allerlei manieren geprobeerd die dorst te lessen. U bent naar de kerk gegaan misschien. U heeft misschien zelfs heel veel in de bijbel gelezen. Misschien heeft u het op andere manieren geprobeerd. Misschien bent u net als ik aan de drank geweest of u heeft het in carrière gezocht. Maar ik denk: als u diep in uw hart kijkt, zult u moeten erkennen dat al deze dingen de diepste dorst in uw leven niet kunnen lessen. Alleen Jezus Christus zegt tegen u: Alleen Ik kan je diepste dorst in je leven lessen. En het is helemaal niet moeilijk. Je kunt in je eentje, net als ik, neerknielen. Het enigste wat je hoeft te doen is te roepen: Help Here, hier ben ik. Ik heb U nodig. U bent de God die in staat is om mij alles te geven wat ik nodig heb. Dat is onze God. Ik zou graag voor u willen bidden.

GEBED

Liefdevolle Vader, we komen zo samen bij U. Heer, ik kom bij U met al die mensen die net als ik zo lang gezocht hebben naar iets wat echte vervulling in hun leven zou geven. Heer, ik kom bij U met al die mensen die hun dorst proberen te lessen op allerlei manieren. Ik bid U op dit moment, dat U mensen de moed geeft – want er is soms moed voor nodig – om te erkennen dat ze een God nodig hebben, dat ze iets nodig hebben buiten henzelf om te erkennen dat ze niet in staat zijn om zelf die dorst te stillen. Heer, ik bid U, dat mensen de moed zullen hebben op dit moment om neer te buigen, om neer te knielen en om het uit te roepen naar een God die zegt: Ik ben God Almachtig, Ik ben El Shaddai. Ik ben de God die in elke nood in jou leven kan voorzien. Geef je over aan mij. Dat zijn de woorden van Jezus op dit moment voor uw leven. In Jezus naam, amen.

DELEN
Vorig artikelzomaar vanzelf?
Volgend artikelniet bang voor de dood

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here