je voorbereiden op de dood

0
346

Een universele afspraak

7 December 1941: Japan doet een aanval op Pearl Harbor.
22 November 1963: John F. Kenndy wordt vermoord.
19 April 1995: een bom richt grote schade aan in Oklahoma

Hoewel conflicten en lijden sinds de dagen van Kaïn en Abel voortdurend deel uitmaken van deze gevallen wereld, zijn dit soort data gegrift in ons geheugen.

Het zijn enkele mijlpalen uit een lange geschiedenis van geweld en dood. Sinds enkele maanden voegen we aan die rij een nieuwe datum toe: 11 september 2001. Op die hartverscheurende dag, terwijl we toekeken hoe twee vliegtuigen de wolkenkrabbers deden instorten, werden we opnieuw geconfronteerd met een simpel, objectief, en onveranderlijk feit: de dood is reëel, en kan totaal onaangekondigd, zeer pijnlijk en wreed zijn. Zelf beschouw ik de dood vanuit drie verschillende perspectieven: Vanuit de bijbel, vanuit persoonlijke observatie en vanuit persoonlijke ervaringen. In 1 Korinthiërs 15:26 noemt Paulus de dood de laatste vijand. De dood is een vijand – een universele vijand van het hele menselijk ras. Zelf ben ik 86 jaar en heb persoonlijk het verlies ervaren van naaste familieleden en mensen die me dierbaar zijn: vader, moeder en vooral twee geliefde echtgenoten. Ook kan ik spreken uit persoonlijke waarneming. Tijdens de Tweede Wereldoorlog diende ik als soldaat in de ziekenboeg in oorlogsgebieden en in de ziekenhuizen van Noord-Afrika. Daar heb ik vanzelfsprekend meerdere malen de dood gezien. Bovendien heb ik in de bediening talloze uren besteed aan het helpen van diepbedroefde mensen. Ik spreek dan ook niet alleen uit theorie of pastorale kennis. Ik spreek vanuit de realiteit van het leven zoals ik dat zelf heb meegemaakt en heb gezien.

Het is maar net hoe je het bekijkt…

Door de eeuwen heen hebben mensen op veel verschillende manieren gereageerd op de dood. Eén reactie is cynisme. Jesaja schrijft over een tijd waarin God zijn mensen oproept om te wenen en rouwen, maar zie, daar is vrolijkheid en vreugde, een doden van runderen en een slachten van schapen, een eten van vlees en een drinken van wijn; laten wij eten en drinken, want morgen sterven wij. Dat is typisch cynisme, een houding die in de hedendaagse, postmoderne cultuur steeds vaker wordt gezien: ,,Laten we eten en drinken, want voor je het weet ben je dood.’’ Een andere reactie is pessimisme. Pessimisme was een algemene houding in de Middeleeuwen. De hele middeleeuwse samenleving was doordrongen van doodsbesef. Dit kwam tot uiting in alle brieven, godsdienst en boeken, zelfs in de kunst. Een derde reactie, die in het verlengde ligt van pessimisme, noem ik morbide obsessie of fatalisme, wat we alarmerend genoeg steeds vaker tegenkomen binnen hedendaagse jongerencultussen en muziekstijlen. Nog een andere houding is escapisme of zelfverlossing. Deze houding vinden we in vele oosterse sekten en filosofieën. Deze benadering van de dood heeft tot doel de individu te bevrijden van het persoonlijke zijn, tot een soort vaag, onpersoonlijk bestaan dat, in de woorden van deze sekten, nirvana wordt genoemd, oftewel ‘het absolute niets’. Zelf heb ik dit soort gedachtegangen in mijn jeugd intensief bestudeerd, maar uitsluitend frustratie gevonden – geen vervulling.

De bijbel leert echter een heel andere weg. Hebreeën 9:27 snijdt dwars door al deze gezichtspunten heen en brengt de onverbloemde waarheid: Het is de mens beschikt eenmaal te sterven en daarna het oordeel. Iemand zei ooit: ,,Je kunt misschien iedere afspraak die je ooit gemaakt hebt in je leven missen, maar twee afspraken zul je zeker houden. De eerste is de dood, de tweede het oordeel.” De bijbel toont duidelijk dat er een voortgaande, bewuste vorm van leven is na de dood en dat er ook individuele verantwoordelijkheid is voor wat we hebben gedaan tijdens ons leven. Dat woord is steeds minder populair in onze moderne samenleving: verantwoordelijkheid. Er bestaat een algemene neiging om ervan weg te lopen. Maar feit blijft dat het de mens beschikt is eenmaal te sterven en dat daarna het oordeel volgt. We zullen verantwoordelijk worden gehouden.

DE MEDISCHE BENADERING

Als de medische wetenschap een lichamelijk probleem ontmoet, hanteert ze een drieledige benadering: diagnose, prognose en remedie. De diagnose vertelt de oorzaak; de prognose beschrijft hoe de ziekte zich zal ontwikkelen; de remedie is uiteraard de oplossing voor de ziekte. Op dezelfde manier, als het gaat over het onderwerp de dood, leert de bijbel in wezen dezelfde drieledige benadering. We kijken eerst naar de diagnose. Deze wordt vastgesteld door Paulus in Romeinen 5:12: Daarom gelijk door één mens de zonde de wereld is binnengekomen en door de zonde de dood, zo is ook de dood tot alle mensen doorgegaan, omdat allen gezondigd hebben. De dood kwam dus binnen door de zonde. Als er nooit zonde was geweest, zou de dood er ook nooit zijn gekomen. Maar omdat alle mensen hebben gezondigd, is de dood tot alle mensen doorgegaan. In 1 Korinthiërs 15:56 zegt Paulus vervolgens: de prikkel des doods is de zonde. Wat is een ‘prikkel’ (KJV: ‘sting’= steek of angel)? Het is de manier waarop een insect zijn gif in het lichaam van zijn slachtoffer prikt en daarmee het negatieve resultaat veroorzaakt. De manier waarop de dood zijn bederf en vloek dus geïnjecteerd heeft in onze lichamen is de zonde. Zonde is de angel die het gif van de dood toebracht. Dat is de diagnose.

Laten we nu de prognose, het verloop, bestuderen. De bijbel geeft aan dat de dood drie opeenvolgende fasen kent. De eerste is geestelijke dood. In Genesis 2:17 zegt God tegen Adam: Maar van de boom der kennis van goed en kwaad, daarvan zult gij niet eten, want ten dage, dat gij daarvan eet, zult gij voorzeker sterven. Merk op dat er staat dat ten dage dat gij daarvan eet, zult u sterven. Zoals wij de lichamelijke dood beschouwen, stierf Adam niet diezelfde dag, maar leefde hij nog 900 jaar of langer. Maar op de dag dat hij zondigde, werd hij afgesneden of vervreemd van het leven met God. Op die dag stierf hij geestelijk. In Efeze 2:1 zegt Paulus tegen degenen die christen zijn geworden over hun leven voordat ze Christus kenden: Ook u, hoewel gij dood waart door uw overtredingen en zonden, waarin gij vroeger gewandeld hebt, heeft Hij mede levend gemaakt met Christus. In het eerste zinnetje heeft Paulus het uiteraard niet over lichamelijke dood, maar over een geestelijke dood – vervreemding van God. Nadat de geest van de mens door de zonde van God was afgesneden, was zijn lichamelijke leven als een batterij die niet kon worden opgeladen. Uiteindelijk zou hij ermee ophouden. De tweede fase van de dood is de lichamelijke dood. Dat is wat wij vaak bedoelen met dood – de scheiding van ziel en lichaam. Dan volgt de derde fase, die de bijbel ‘de tweede dood’ noemt. Deze kennen we alleen door de openbaring van de schrift. In Openbaring 20:14, 15 lezen we: En de dood en het dodenrijk werden in de poel des vuurs geworpen. Dat is de tweede dood: de poel des vuurs. En wanneer iemand niet bevonden werd geschreven te zijn in het boek des levens, werd hij geworpen in de poel des vuurs.

Als we dit beeld uit Openbaring bestuderen, zien we twee belangrijke dingen. 1. De tweede dood is de uiteindelijke, eeuwige, onherroepelijke verbanning uit de tegenwoordigheid van God. Er is geen weg terug uit de tweede dood. 2. De tweede dood betekent niet het einde van ons bewustzijn. Er komt nooit een eind aan het bewustzijn. Iedere persoonlijkheid behoudt zijn bewustzijn, zowel in dit leven als in de wereld die komt. Voor eeuwig. De prognose van het verloop van de dood in een mensenleven is dus ten eerste de geestelijke dood – de menselijke ziel die door de zonde vervreemdt van God. Dit is de staat waarin ieder mens wordt geboren. Ten tweede is er de lichamelijke dood – de scheiding van de ziel van het lichaam. Dit is een onontkoombare, universele afspraak. En ten derde is er de uiteindelijke, onherroepelijke verbanning uit Gods aanwezigheid, maar nu met een blijvend bewustzijn: ‘de tweede dood’. Deze ‘tweede dood’ is de dood die voorkomen kan worden. Uiteindelijk hangt onze bestemming af van één ding: onze persoonlijke relatie met Jezus Christus. Hij is de waterscheiding tussen leven en dood voor de mensenziel. Geloof in Jezus verzekert ons van vrijspraak, vrede en een eeuwig leven. En daarmee komen we bij de remedie.

WEES VOORBEREID

Als u uw lichamelijke dood tegemoet wilt zien met vrede, vertrouwen en kalme zekerheid, dan zijn er vier dingen die u moet doen.

1. Allereerst moet u het onder ogen zien! U zult op een dag sterven. Ook ik zal sterven. Eén van de dingen die mij in de bediening vaak verbaast, is hoe weinig mensen werkelijk voorbereid zijn op de dood. Het is echt opmerkelijk dat mensen door het leven kunnen gaan, in volle bewustheid dat ze ooit zullen sterven, zonder goede voorbereiding te treffen voor die vaststaande gebeurtenis. Het is niet morbide om het feit onder ogen te zien; het is in geestelijke zin eerder morbide om dat niet te doen. Als u de ogen niet sluit voor het feit dat de dood hoort bij dit leven, dan treft u voorbereidingen. Zorg dat u door Jezus Christus zo’n relatie met God krijgt dat er nooit veroordeling, angst of onzekerheid hoeft te zijn. In Filipenzen 1:21 zegt Paulus: Want het leven is mij Christus en het sterven gewin. Hij was niet bang om te sterven. Hij had de realiteit van zonde, oordeel en Gods eisen in zijn leven onder ogen gezien; en juist omdat hij bereid was die dingen te onderkennen – en de kwestie van de dood onder ogen te zien – was hij in een mate van relatie met God gestapt die geen angst meer kende. Integendeel, hij had juist een nieuwsgierig verlangen om verlost te worden van de banden van dit vleselijke leven en binnen te gaan in de volheid van Gods aanwezigheid. Ieder van ons kan vandaag diezelfde rustige zekerheid hebben. Met Paulus kunnen wij zeggen: Het leven is mij Christus, en het sterven gewin. Let echter goed op het eerste gedeelte van Paulus’ uitspraak. Die bevat een sleutel; als u niet kunt zeggen Het leven is mij Christus, dan kunt u ook niet zeggen Het sterven gewin.

De tweede vereiste is verbonden met de eerste: aanvaard Gods aanbod van vrijspraak, vrede en eeuwig leven. In Romeinen 5:1 schrijft Paulus dat we gerechtvaardigd zijn uit het geloof. Door ons geloof te stellen in de offerdood van Jezus Christus in onze plaats, door Hem onze schuld en zonde te laten dragen, en door – in geloof – zijn rechtvaardigheid te ontvangen, worden we gerechtvaardigd. We zijn rechtvaardig, alsof we nooit gezondigd hebben, omdat we een rechtvaardigheid in ons uitgestort gekregen hebben die nooit zonde gekend heeft – namelijk de rechtvaardigheid van Jezus Christus zelf. In die rechtvaardigheid kunnen we de dood, de eeuwigheid en God onder ogen komen, zonder angst of beven. God heeft het hele menselijk ras een getuigenis gegeven dat Hij ons eeuwig leven heeft aangeboden. Dit leven is in zijn Zoon, Jezus Christus. Als we Hem ontvangen, hebben we in Hem eeuwig leven ontvangen. In 1 Johannes 5:12 vertelt de apostel Johannes ons dat dit in de tegenwoordige tijd plaatsvindt: Wie de Zoon heeft, heeft het leven. Het is niet iets wat pas gebeurt na uw dood. Als U afwacht tot na uw dood, dan bent u te laat. U moet nu met dit onderwerp aan de slag. Wie de Zoon heeft, heeft het leven. In het volgende vers schrijft Johannes: Dit heb ik u geschreven, die gelooft in de naam van de Zoon Gods, opdat gij weet, dat gij eeuwig leven hebt. Het gaat er niet alleen om dat we het geloven. Door het geloof kunnen we het weten. U zegt misschien ,,Ik geloof in Jezus’’, maar dan heb ik een vraag voor u: Wéét u het ook? Het ware einddoel van geloof is weten dat we eeuwig leven hebben. Dit is ook een prachtig antwoord voor al die christenen die nog menen te moeten twijfelen aan hun eeuwige leven in Jezus Christus. We hebben het nu al. We wachten er niet op tot na de dood, en we weten dat wanneer de dood komt, de dood niet het eeuwige leven dat we nu al hebben in Jezus Christus kan beschadigen of vernietigen.

De derde vereiste is dat u uzelf toewijdt aan de dienst van Christus in dit leven – hier en nu. Als gelovigen zullen we allen staan voor de rechterstoel van Christus om verantwoording af te leggen voor de dingen die we hebben gedaan in ons lichaam – goede, dan wel slechte dingen. We moeten onszelf toewijden aan Christus op zo’n manier dat we doen wat goed is, dat wil zeggen: wat aangenaam is voor God. Er zijn drie gebieden waarin we dit moeten onderzoeken: motieven, gehoorzaamheid en kracht. Wat zijn onze motieven? Zijn we op onszelf gericht? Jagen we persoonlijke ambities na? Ons eigen plezier? Onze eigen bevrediging? Mogen de (…) overleggingen (de motivaties) van mijn hart U welgevallig zijn (Psalm 19:14). Zijn we oprecht gemotiveerd door het verlangen God te verheerlijken? Er komt een dag dat God onze motieven zal ziften. Ten tweede: Zijn we gehoorzaam? Dienen we God op zijn voorwaarden, of op de onze? Zijn we gehoorzaam aan de duidelijke uitspraken en eisen van zijn Woord, of proberen we een nieuw soort religie te vormen voor onszelf, die beter bij ons past dan wat de Schrift vraagt? We zullen gezift worden op basis van onze gehoorzaamheid. En ten derde is er de kracht. Dienen we God uit eigen kracht, of in zijn kracht? Hebben we de Heilige Geest toegestaan binnen te komen en volledig de controle over te nemen, ons te motiveren, ons toe te rusten met bovennatuurlijke kracht, en ons in staat te stellen God te dienen op een manier die zijn naam verheerlijkt?

De vierde stap die we moeten zetten om de dood met vrede en vertrouwen onder ogen te zien, is God je te laten losmaken van tijdelijke zaken. Jesaja 40:7-8 zegt: Alle vlees is gras, en al zijn schoonheid als een bloem des velds. Het gras verdort, de bloem valt af, als de adem des Heren daarover waait. Voorwaar, het volk is gras. Het gras verdort, de bloem valt af, maar het woord van onze God houdt eeuwig stand. Wat een herkenbaar beeld van het leven! We worden omringd door mooie dingen. We zijn omringd door mensen die we liefhebben. Er is zoveel liefde en waardering, maar toch zien we dat alles gelijk is aan gras – inclusief wijzelf. Het bloeit en floreert in de ochtend en vergaat als de avond valt. Dat is het soort leven dat we hebben ontvangen. Het gaat voorbij. Het vervaagt, omdat de Geest des Heren daarover waait.

Hierover verwonderde ik me altijd, totdat God me op een dag het volgende openbaarde. God geeft liefelijkheid in de tijdelijke wereld, en vervolgens zorgt Hij dat het vergaat. Waarom? Omdat God wil dat we die liefelijkheid kennen. Hij wil dat we afweten van de liefelijkheid die Hij kan voortbrengen, maar Hij wil niet dat we ons permanent thuis voelen in deze wereld. Daarom prikkelt Hij ons gevoel voor lieflijkheid, onze waardering voor de schoonheid in alle goede dingen, maar vervolgens zorgt Hij dat deze tijdelijke pracht vergaat, zodat we onze harten zullen richten op de liefelijkheid die achter deze wereld ligt – in de volgende wereld. God wil ons losmaken van de tijdelijke dingen. In 1 Korinthiërs 15:19 zegt Paulus: Indien wij alleen voor dit leven onze hoop op Christus gebouwd hebben, zijn wij de beklagenswaardigste van alle mensen. Onze hoop in Christus gaat niet voorbij in de loop van dit leven. Ze wordt juist helderder en helderder, naarmate de eeuwigheid dichterbij komt. In Kolossenzen 3 zegt Paulus dat we onze harten en onze gedachten – onze liefdes en de dingen waar we over nadenken – moeten richten op wat boven is. De ultieme beloning van de gelovige gaat de tijdelijke dingen ver te boven. Dat is wanneer ons werkelijke leven, namelijk Christus, zichtbaar wordt in glorie en volheid. Dat is wat ons wacht na het graf.

Laten we onderwijl denken aan Job: In hoge ouderdom zult gij ten grave dalen, zoals een garf (een korenschoof) op haar tijd wordt binnengehaald. De dood hoeft niet iets te zijn waarop u niet bent voorbereid. Als u beweegt in de bedoelingen van God, dan kan de dood voor u komen als koren dat volop gerijpt is en wordt binnengehaald. We begrijpen misschien niet altijd zijn timing, maar u kunt rust vinden in de zekerheid dat God u zal binnenhalen op de door Hem bepaalde tijd. Toen ik in Ramalah woonde in Israël, stierf een dierbare Arabische zuster. Mijn eerste vrouw, Lydia, vroeg aan de kleinzoon van de vrouw: ,,Waar is ze aan overleden?’’ De kleinzoon antwoordde: ,,Ze is nergens aan gestorven. Ze was gewoon rijp.’’ Wat een prachtig antwoord.

Tot slot wil u uitdagen Gods Woord te proclameren: Ik zal in hoge ouderdom ten grave dalen, zoals een korenschoof op haar tijd wordt binnengehaald (Naar Job 5:26).

DELEN
Vorig artikelniet bang voor de dood
Volgend artikelons godsbeeld

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here