het grote geschenk

0
576

‘Gij kent immers de genade van onze Here Jezus Christus, dat Hij om uwentwil arm is geworden, terwiji Hij rijk was, opdat gij door zijn armoede rijk zoudt worden’ (2 Korinthe 8:9).

Zo spreekt Paulus over de ruil tussen de Here Jezus en ons waar we het in het vorige hoofdstuk over gehad hebben: alles wat van ons was werd van Hem, opdat al het Zijne het onze zou worden. Nu zullen we eens nauwkeuriger gaan bekijken wat de tweede helft van dit vers betekent. Die rijkdom van de Here Jezus die de onze zal worden – waaruit bestaat die? Om die vraag te beantwoorden zou je strikt genomen boekdelen vol moeten schrijven. Wij zullen ons beperken tot het noemen van een klein aantal dingen die overigens heel belangrijk zijn.

De eerste schat uit de rijkdom van de Here Jezus heet: vergeving van zonden. Vergeving wil zeggen dat God de zonden kwijtscheldt zoals een schuldeiser een schuld kan kwijtschelden.

`toen Hij ons al onze overtredingen kwijtschold door het bewijsstuk uit te wissen dat door zijn inzettingen tegen ons getuigde en ons bedreigde. En dat heeft Hij weggedaan door het aan het kruis te nagelen’ (Kolosse 2: 13b, 14).

Dat de Here Jezus onze schuld op Zich heeft genomen, dat is opdat wij die niet zullen hoeven te dragen. Die schuld bestaat doodeenvoudig niet meer voor God. Je kunt het ook op een andere manier zeggen: Dat de zondeschuld van ons wordt weggenomen houdt in dat wij deel krijgen aan de gerechtigheid van God. Die wordt van ons!

‘En wel gerechtigheid Gods door het geloof in Jezus Christus, voor allen die geloven; want er is geen onderscheid. Want allen hebben gezondigd en derven de heerlijkheid Gods en worden om niet gerechtvaardigd uit Zljn genade door de verlossing in Christus Jezus’ (Romeinen 3:22-24).

Dit is het fundament van elk christelijk leven. In het traditionele christelijke spraakgebruik heet het ‘rechtvaardiging’. Dat betekent dus dat je zonden worden kwijtgescholden en dat je deel krijgt aan de gerechtigheid van God. (Het betekent daarentegen niet dat je in een klap een heel ander mens wordt, iemand die niet zondigt en zonder fouten is, enz. Daar zullen we in een later hoofdstuk nog nader op in gaan.)

Nu zit je misschien met de volgende vraag: Gaat dat zo simpel, een christen worden, een gerechtvaardigd mens worden? Het klinkt bijna alsof alles geregeld wordt door een soort bankoverschrijving bij God. Jouw zonde en schuld worden overgeboekt naar de Here Jezus en Gods gerechtigheid wordt op jouw rekening bijgeschreven. Is dat niet een beetje simpel, een beetje al te goedkoop, om zo te zeggen? In zekere zin heb je volkomen gelijk: de rechtvaardiging is zelfs niet eens goedkoop, maar gratis.

‘Hoort, alle gij dorstigen, komt tot de wateren, en gij die geen geld hebt, komt, koopt en eet; ja komt, koopt zonder geld, en zonder prijs wijn en melk’ (Jesaja 55:1).

Paulus kan dit als ‘dwaasheid’ betitelen, en dat is ongetwijfeld omdat hij weet dat het in strijd is met ons fundamentele gevoel van rechtvaardigheid. Op de een of andere manier willen we datgene wat we ontvangen ‘verdienen’ – zelfs als het geschenken zijn.

Zo denken we ook onwillekeurig wanneer dit het christendom betreft. En daarom begrijpen een heleboel mensen zo slecht waar het om gaat. Ze menen dat het er om gaat jezelf ‘waardig’ te bewijzen, een bepaald niveau van vroomheid te bereiken, enz. enz., voordat je je christen kunt noemen. Of ze denken dat er een bepaald minimum aan geloof voor nodig is. En dan zien ze het geloof voornamelijk als een soort religieuze wilsprestatie of een bijzonder vermogen dat sommige mensen bezitten, maar niet iedereen.

Maar dat zijn stuk voor stuk misverstanden. De vergeving van zonden en de gerechtigheid van Jezus zijn niet bestemd voor diegenen die zich daartoe ‘waardig’ hebben bewezen. Dat heeft niemand! Maar ze zijn bestemd voor degenen die de vergeving van zonden en de gerechtigheid van Jezus nodig hebben omdat die hen doodeenvoudig allebei ontbreken. En dat geldt voor iedereen! Dit geschenk wordt niet uitgedeeld naar prestatie, maar naar behoefte. Daarom is het voor iedereen bestemd.

‘Er is geen onderscheid: allen hebben gezondigd. .. en allen worden om niet gerechtvaardigd uit Zijn genade door de verlossing in Christus Jezus.’

Maar dan is het toch zeker de eenvoudigste zaak van de wereld om een christen te worden! Dat klopt echter niet met de heersende opvatting. De meeste mensen zien het christen-worden eerder als een soort religieuze status die in hun familie of kennissenkring niet al te vaak voorkomt en die zulke hoge eisen stelt dat het nogal wat skepsis oproept wanneer iemand zich plotseling een christen noemt. Soms is de reactie er een van zelfgenoegzaamheid, in de trant van: ‘ik ben wel geen christen, maar ik pretendeer dan ook niet het te zijn’ (wel te verstaan: in tegenstelling tot die en die). Maar zodra iemand beseft dat het christen-worden niets met morele of religieuze prestaties te maken heeft, maar dat het heel eenvoudig betekent: een geschenk aannemen dat je niet hebt verdiend, ja, dan kan zo iemand botweg weigeren dat te geloven. Aan de ene kant is het ook te mooi om waar te zijn. Maar aan de andere kant is het tamelijk verontrustend.
Want het zou kunnen betekenen dat niemand een geldig excuus heeft om geen christen te worden. Je zonden, je gebrek aan vroomheid – het telt allemaal niet mee. lntegendeel: al die dingen zijn evenzovele redenen die er voor pleiten dat je een christen zou worden. Je kunt je niet verontschuldigen door op te sommen waarin je allemaal te kort schiet, want Jezus wil je nu juist geven wat je te kort komt: de vergeving van zonden, gerechtigheid van God. Je bent dat geschenk niet waard – nee, maar juist daarom heb je het zo hard nodig.

‘Zij die gezond zljn hebben geen geneesheer nodig, maar zij die ziek zijn’ (Mattheüs 9: 12).

Als je er van weerhouden bent om christen te worden omdat je je er niet waardig toe achtte of niet ‘goed genoeg’ voor voelde, dan heb je de zaak volledig omgedraaid. Als je achterwege laat om een arts op te zoeken omdat je ‘je niet gezond genoeg voelde’ zou dat desnoods nog door kunnen gaan voor een bruikbare grap, maar als serieus gemeende gedragsregel zou het getuigen van een tamelijk fundamenteel misverstand over de eigenlijke functie van een arts.

De Here Jezus is de grote heelmeester van zielen. Zijn plaats is bij de ‘onwaardigen’ en Hij wil graag met ze te maken hebben. Degenen die zichzelf wel waardig achtten – wezen Hem af. Ja maar het geloof, zeg je. ik kan dat geloof niet opbrengen.

Misschien heb je zelfs het geloof gezocht, geprobeerd te geloven. Maar je kunt het niet opbrengen. Nee, ik ken ook niemand die dat gelukt is, zomaar door wilskracht. De kwestie is, dat je het geloof niet kunt ‘zoeken’. Niet direkt.

Maar dat is zo’n onverwachte bewering dat we daar beter een apart hoofdstuk aan kunnen wijden

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here