een ongenode gast

0
408

In de zojuist geschilderde idylle dringt een onverwachte en ongenode gast binnen. Hij stoort zich niet in het minst aan onze religieuze ruimdenkendheid, de onaantastbaarheid van het religieuze privéleven respecteert Hij niet

en Hij laat zich niet imponeren door onze grote religieuze tolerantie. Hij zegt heel eenvoudig: ‘Niemand komt tot de Vader dan door Mij’ (Johannes 14:6). Dat zou nog best eens kunnen betekenen dat Hij zich presenteert als de enige die in staat is een mens tot God te brengen. Inderdaad, Hij zegt het ook uitdrukkelijk: Allen die vóór Mij gekomen zijn, zijn dieven en rovers (Johannes 10:8). En zij die na Mij komen zijn valse christussen (Mattheüs 24:24). Ik ben de enige weg tot God, zegt Hij, ja Ik ben de weg, de waarheid en het leven (Johannes 14:6).

Maar dan is Hij toch zeker een godsdienstfanaticus, lemand die lijdt aan grootheidswaanzin? Destijds was er ook al iemand die dat dacht: ‘Hij is bezeten en waanzinnig, waarom luistert gij naar Hem?’ (Johannes 10:20). Maar het beeld klopt niet. We weten wel zo’n beetje hoe aan grootheidswaanzin lijdende fanatici eruit zien: de harde trekken, de oppervlakkig gecamoufleerde wreedheid, de hysterische klank in hun stem. Niets van dat alles is op Jezus Christus van toepassing, daarvan getuigden veel mensen die Hem zagen en hoorden. Het beeld dat bij Hem past werd vele honderden jaren daarvoor door de profeet geschetst:

Hij zal niet schreeuwen noch Zijn stem verheffen noch die op de straat doen horen, het geknakte riet zal Hij niet verbreken en de kwijnende vlaspit zal Hij niet uitdoven (Jesaja 42:2).

Zo was Hij, en daarom schaarden ze zich rond Hem, al die mensen die bij anderen alleen maar op veroordeling en verachting stuitten: de weinig beminde tollenaars, de prostituees, kortom alle mensen die ‘zondaars’ genoemd werden – wij zouden gezegd hebben: het uitschot van de maatschappij.

Het eigenaardige is dat deze Man – die over zichzelf dus dingen zei die alle godsdienstig tolerante mensen de haren wel te berge zullen doen rijzen- dat diezelfde Man door diezelfde mensen door alle eeuwen heen als een inspirerend voorbeeld, een religieus ideaal is beschouwd. Zijn hoge morele eisen worden aan alle kanten bewonderd en iedereen is het er over eens dat Hij leefde naar wat Hij leerde.

Een fanaticus met grootheidswaanzin – nee, dat klopt niet. Maar dan klopt er toch zeker helemaal niets meer? Nee, dat was precies wat zijn eerste toehoorders ook beseften, en dat bracht ze zo enorm in verwarring. Ze wisten eenvoudigweg niet wat ze met Jezus aan moesten. Hij sprak niet alleen op een manier die eigenlijk vooronderstelde dat Hij God zelf was, Hij handelde er ook naar. Hij wekte doden op, maakte melaatsen gezond en had macht over de wind en de golven. En degenen die dat zagen, – begrepen, als ze het vóór die tijd nog niet begrepen hadden: dat er geen hokje was waar je Jezus Christus in kon stoppen.

‘Wie is Hij, dat ook de wind en de zee Hem gehoorzaam zijn?’

Maar zijn we nu niet een aardig eind van ons onderwerp afgeraakt? We zouden het toch over de godsdienst hebben? De meeste mensen hebben er wel een mening over waar een godsdienst ‘over hoort te gaan’. In een godsdienst moet het gaan over het goddelijke, het leven na de dood, onze onsterfelijke ziel, enzovoort.

Dat is waar, daar gaat het over het algemeen ook over in de godsdienst. Maar nu hebben we een paar dingen aangehaald uit het nieuwe testament, dat gedeelte van de bijbel dat het basisdocument van het christendom is. En dan doen we de onverwachte ontdekking dat het nieuwe testament niet speciaal over dergelijke religieuze waarheden gaat. Het gaat over het geheel genomen opvallend weinig over godsdienst. In plaats daarvan gaat het over een persoon, Jezus van Nazareth. Het is onmogelijk om over het christendom te spreken zonder over de Here Jezus te spreken.

Wanneer de bijbel de christelijke boodschap presenteert, gebeurt dat niet op de manier die wij verwachten. De bijbel begint niet met tijdloze waarheden over God en de menselijke ziel, de bijbel begint een geschiedenis te vertellen, en wel allereerst de geschiedenis van de Here Jezus.

Een godsdienst die niet ‘godsdienstig’ is, een persoon die in geen enkel geijkt hokje past – dat is kort samengevat het bijzondere kenmerk van het christendom. Dat maakt het christendom tot ‘een vreemde vogel’ onder de godsdiensten. Terwijl we in de meeste godsdiensten iets van onszelf herkennen ontmoeten we in het christendom een vreemde indringer, een ongenode gast in onze wereld.

Het meest verontrustend is dus de hoofdpersoon zelf, Jezus Christus. Voor de meesten van zijn tijdgenoten was en bleef hij een raadsel. Het christendom pretendeert de waarheid over hem te verkondigen en voegt daar de opzienbarende bewering aan toe: ontdek de waarheid over Hem en je ontdekt tegelijkertijd de waarheid over je eigen leven.

Maar om dat te begrijpen kunnen we beter beginnen met een situatieschets. Laten we eens het een en ander vertellen over de situatie waarin de geschiedenis van Jezus zich afspeelt.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here